De backbone is dat deel van het bekabeling’s-netwerk dat niet computers of andere werkstations, maar netwerken met elkander verbindt.
Bij een backbone gaat het meestal om nationale en internationale netwerken, waaraan lokale netwerken (LAN's) gekoppeld kunnen worden. Eenvoudig gezegd kan een backbone worden vergeleken met een snelweg die ons land doorkruist en allerlei gebieden met elkaar verbindt en bereikbaar maakt. De backbone is dan ook de "ruggengraat" van het internet. Bekende Nederlandse backbones zijn NLnet en SURFnet. In Europa zijn EUnet en Europanet twee belangrijke backbones.
Een MCC-backbone, Main CrossConnect, verbindt op een bedrijfsvestiging netwerken in verschillende gebouwen met elkaar. Deze bekabeling kan ondergronds of bovengronds verlopen, gebruikmakend van kabelgoten en doorgangen, zogenaamde ducts. Een MCC-backbone noemt men ook wel een campus-backbone.
De ICC-backbone, Intermediate CrossConnect, verbindt verschillende verdiepingen met elkaar. Deze bekabeling bevindt zich in de kabelschachten van een gebouw.
Sluipweg in een computerprogramma waarvan vaak alleen de programmeur het bestaan kent. Via de sluipweg kunnen bepaalde opties in een programma worden geactiveerd met behulp van een speciale toetsencombinatie.
Een kopie van gegevens die gebruikt wordt als archief of voor bescherming tegen beschadiging of verlies. Een backup is pas veilig wanneer het op een andere plaats dan het origineel bewaard wordt.
[b]Digitaal[/b]
Bandbreedte is de mogelijkheid om een bepaalde hoeveelheid data te versturen. De bandbreedte van een verbinding wordt door en bepaald aantal factoren bepaald. De eerste is de kloksnelheid: het aantal kloktikken per seconde (Hertz). Vervolgens is de busbreedte van de verbinding van belang: hoeveel bits kunnen er per klokpuls worden verzonden. Let daarbij ook op speciale technieken als xDR, die het mogelijk maken meer dan 1 keer per klokpuls een signaal te versturen door de bus.
bandbreedte [b/s] = frequentie [Hz] * busbreedte [ b ] ( * aantal dataoverdrachten per klokpuls.)
Door daarna te delen door 8 is naar Bytes om te rekenen, omrekenen naar kilo- of megabytes kan door vervolgens te delen door 1024.
[b]Analoog[/b]
De bandbeedte, het verschil tussen de laagste en de hoogst voorkomende frequentie waarbinnen de transmissie plaatsvindt. Die bandbreedte is in tegenstelling tot digitale bandbreedte niet constant, aangezien er signaalverstoring (= bandversmalling) optreedt naar mate het signaal een grotere afstand aflegt.
Baseband is een wijze van datacommunicatie waarbij telkens maar één signaal over de kabel wordt gestuurd. Het signaal wordt zonder verdere bewerking op de kabel gezet. De benodigde electronica is hierdoor eenvoudig en relatief goedkoop.
Baseband of basisband wordt toegepast in ethernet en Arcnet. Omdat alle apparaten in een baseband-netwerk aangesloten zijn op dezelfde verbinding en er slechts één kanaal is, is een protocol als token ring of CSMA/CD nodig om ervoor te zorgen dat een verzonden bericht niet verstoord wordt wanneer verschillende zenders actief zijn.
Naast baseband en basisband wordt ook de term smalband gebruikt.
Broadband is een technologie waarbij verschillende signalen simultaan via dezelfde verbinding verzonden kunnen worden. Bij baseband kan dit gesimuleerd worden met multiplexing.
Een of meer taken van gegevensverwerking die zelfstandig door de computer verricht worden. Dit in tegenstelling tot interactieve toepassingen waarbij een voortdurende interactie tussen gebruiker en computer plaatsvindt.
Kopie van een bericht dat ter informatie ook naar een of meer andere personen wordt gestuurd. De geadresseerde kan niet zien welke personen ook een kopie hebben ontvangen. Dit in tegenstelling tot CC.
Een tijdelijke gegevensopslagruimte - meestal op een grafische kaart - die karakters (lettertekens en cijfers) of grafische afbeeldingen opslaat voordat deze op het beeldscherm worden weergegeven.
Een benchmark programma is meestal een klein, maar geavanceerd programma die de prestaties van je computer of een onderdeel van je computer goed visueel weer kan weergeven. Op deze mannier kun je bijvoorbeeld componenten testen, en goed met elkaar vergelijken.
Is een testversie van een computerprogramma. Als een programma in het beta-stadium zit, is hij bijna klaar om uitgebracht te worden. Wat de programmeur betreft is het programma (of de update) klaar maar eerst moet nog gecontroleerd worden of alle functies van het programma goed werken. Het schijnt nogal eens voor te komen dat na het programmeren van nieuwe functies, oude functies ineens niet meer goed werken. Het testen van de beta-versie wordt gedaan door zogenoemde beta-testers. Beta-testers zijn Power Users die het betreffende programma (en ook de mensen achter het programma) door en door kennen. Zij keren een beta-versie binnenstebuiten.
Het gebeurt weleens (per ongeluk) dat een beta-versie in de roulatie komt en verspreid wordt onder een grote groep mensen. Dat is op zich niet zo'n ramp maar toch pertinent niet de bedoeling. Een beta-versie kan namelijk nog fouten bevatten. Als je geen beta-tester bent in opdracht van de programmeurs werk dan liever niet met een beta-versie. Een beta-versie is niet bedoeld om te gebruiken maar om te testen. Als een beta-versie de test van de beta-testers heeft doorstaan wordt hij uitgebracht als officiele uitgave.
Een bit is een binaire (tweeledige) eenheid omdat het alleen de waarden 0 of 1 kan aannemen. In het binaire getallenstelsel worden getallen als combinaties van nullen en enen weergegeven. Zo is het getal 7 in het decimale stelsel in het binaire stelsel 111. Alle computerprogramma's zijn opgeslagen als binair bestanden. Tekstbestanden worden meestal in ASCII-formaat opgeslagen.
Berkeley Internet Name Domain. Een specificatie van het DNS van de universiteit van California in Berkeley. Die implementatie van DNS werd oorspronkelijk geschreven voor het 4.3BSD Unix-besturingssysteem van Berkeley. BIND is op dit moment de populairste implementatie van DNS. BIND is echter geen officiële Internet-specificatie en is niet vastgelegd in een RFC.
BIOS is een programma dat door de CPU of processor van een personal computer wordt gebruikt om het computersyteem op te starten als deze wordt aangezet. BIOS regelt eveneens de datastroom tussen het besturingssysteem en aangesloten (rand)apparatuur als harde schijf, keyboard, muis en printer.
BIOS is een onderdeel van de computer en is reeds geïnstalleerd bij aanschaf. Dit in tegenstelling tot het besturingssysteem, welke eventueel door de fabrikant of later door de gebruiker kan worden geïnstalleerd. BIOS is geplaatst op een EPROM-chip, een zogenaamde Eraseable Programmable Read Only Memory-chip. Wanneer de computer wordt aangezet controleert de processor het BIOS-programma, welke altijd op dezelfde plek op de EPROM-chip is geplaatst.
Wanneer BIOS de computer opstart, controleert BIOS eerst of alle (rand)apparatuur aangesloten en operationeel is, om vervolgens belangrijke delen van het besturingssysteem in het RAM-geheugen van de harde schijf te plaatsen.
Een BIOS Flash is een upgrade van de BIOS software, waardoor het moederbord vaak nieuwe functionaliteit krijgt, of er worden bugs verholpen. Dit kan soms nodig zijn als bepaalde hardware niet ondersteunt wordt, of in andere extreme gevallen. Dit is in ieder geval een actie waar nogal wat risico's aan verbonden zijn, niet zomaar aan beginnen dus!
BNC, Bayonet Neil Concelman, of bajonet-aansluiting is een type aansluiting met verschillende toepassingen. Toepassingen zoals het koppelen van coaxkabel aan netwerkapparatuur en het maken van verbindingen in videosystemen.
Een routine waarmee je een verwijzing naar een site of pagina kan bewaren die je al bezocht hebt. Je kunt later een bookmark gebruiken om naar die pagina terug te gaan. Een bookmark is dus een digitale versie van een boekenlegger. Met bladerprogramma's zoals Netscape of Internet Explorer kun je bookmarks van je favoriete websites verzamelen en organiseren.
Het (op)starten van een computer wordt het 'Booten' (spreek uit boeten) genoemd. Het 'booten' is de procedure die gevolgd wordt na het aanzetten van de PC. Allereerst wordt door de computer een serie instructies uitgevoerd die samen met de BIOS op een chip zijn opgeslagen. Zij testen de verschillende onderdelen van het computersysteem en vervolgens wordt het besturingssysteem geladen.
Programma dat volledig zelfstandig op internet opereert. Zo'n programma wordt bijvoorbeeld gebruikt om informatie over een bepaald onderwerp te verzamelen. Het woord bot is afgeleid van het woord 'robot'.
Een rechthoek die de vorm en positie van een afbeelding in een (tekst)document bepaalt. Grafische toepassingen hebben meestal een speciaal hulpmiddel waarmee u een gedeelte van een beeld kunt selecteren om het vervolgens te bewerken. Dit geselecteerde gebied wordt als een gearceerd of knipperende bounding box getoond.
Een bronbestand in Windows is het bestand dat de gegevens bevat waar door een OLE-object (een gekoppeld bestand) naar wordt verwezen. Als u bijvoorbeeld een OLE-object heeft met een koppeling naar een rekenblad, dan is het spreadsheetbestand het bronbestand. (Zie ook OLE.)
Een programma waarmee World Wide Web-pagina's geraadpleegd kunnen worden. De 2 bekendste programma's hiervoor zijn Internet Explorer en Mozilla Firefox.
'Bubble help' is de regel die een korte omschrijving geeft van datgene waar u op dat moment de cursor op plaatst. Als u niet zeker weet wat een bepaalde knop doet, plaats de aanwijzer (de cursor) er dan op en wacht één of twee seconden. Er verschijnt een kleine 'bubble' (een soort tekstballoon) waarin in een regel wordt omschreven wat de functie is van de knop. Niet alle software heeft 'bubble help'.
Een opslaggebied in het geheugen dat wordt gebruikt voor de tijdelijke opslag van informatie. Als u heel snel typt en de software van de tekstverwerker kan u niet bijbenen, dan worden deze toetsaanslagen in een buffer opgeslagen. Hetzelfde geldt als u voor een document een printopdracht geeft voordat u de printer heeft aangezet. De gegevens worden dan in een printbuffer gezet totdat de printer klaar staat.
Een 'bug' is een fout in een computerprogramma zodat dit niet naar behoren werkt. De term 'bug' (insect) is ontstaan in de tijd dat computers nog het formaat van een kamer of een flinke kast hadden en er wel eens insectjes tussen de schakelingen kropen. Zo'n insect veroorzaakte een kortsluiting en dus een storing. Tegenwoordig passen er geen insecten meer in computergeheugens, maar de storingen heten nog steeds 'bugs'.
Een set interne kabels (draden) die de verschillende delen van een PC verbindt. Een bus is een soort communicatie-kanaal tussen de verschillende onderdelen van de computer. De gegevensbus bestaat bijvoorbeeld uit 32 bussen die gegevens door de PC, van de processor naar het geheugen of naar de besturingseenheid van de harde schijf, transporteren. De moderne 32-bits bussen kunnen veel meer gegevens per tijdseenheid versturen dan de (ver)ouder(de)e 8-bits bussen. Bussen zijn dunne koperen draden, die bijvoorbeeld op het moederbord van de PC zijn aangebracht.
Een apparaat in uw PC dat het dataverkeer in de bussen bestuurt. Normaal is dit de processor, maar in high-performance PC's kan de video-adapter of de station-besturingseenheid de besturing van de bus verzorgen om te zorgen dat de gegevens snel van en naar het grote geheugen worden getransporteerd. Als uw PC een busmaster grafische kaart heeft, worden de gegevens sneller overgezet en worden beelden sneller dan normaal op het scherm afgebeeld.
Een busnetwerk is een vorm van een netwerk, waarbij aan een gemeenschappelijke communicatie-kabel meerdere knooppunten of nodes aan verbonden zijn.
[center] [img]http://www.tweakzone.nl/upload/324.gif[/img][/center]
Het uitvallen van een node verhindert het dataverkeer tussen de andere nodes niet. De busvorm wordt niet alleen in netwerken toegepast, maar ook in computers zelf. In een computer worden op het moederbord de processor door een bus gekoppeld aan bijvoorbeeld de harddisk en CD-ROM driver.
Naast het busnetwerk wordt ook gebruik gemaakt van ringnetwerken en sternetwerken.
De meeste moderne processors draaien sneller dan de bussen waarop ze zijn aangesloten. Omdat een bus langzamer schakelt dan een processor, zijn de bussen vaak de remmende factor in een computer, niet de processor. Moderne Pentiumprocessors draaien met (klok)snelheden van 300 - 400 MHz, maar de meeste hebben bussen van 66 MHz. De kloksnelheden van dergelijke processors zijn een veelvoud van de bus waarop ze zijn bevestigd: een 133 MHz processor draait twee maal zo snel als de bussnelheid, een 300 MHz al bijna vijf keer zo snel.
Een groep van acht bits, een groepje van acht binaire computergetallen ('enen' en 'nullen') die samen een normaal getal, letter of speciaal teken (zoals '') vormen. Alle letters van het alfabet hebben een speciale binaire code om de letter te beschrijven (zie ASCII code).