Jean English, CMO van NetApp: “Het gaat niet meer om opslag, maar om data”

NetApp is een van die bedrijven waar behoorlijk wat van gevraagd werd en wordt. Door de zeer sterke opkomst van de cloud moeten de ‘traditionele’ hardwareleveranciers een list verzinnen om relevant te blijven. Vooralsnog heet die list hybrid cloud of multi-cloud. We hebben hier de afgelopen tijd meerdere keren over geschreven, onder andere in ons grote interview met Rackspace en in een blog over de samenwerking tussen Google en Nutanix. NetApp heeft ook zeker niet stilgezeten op dit vlak. Wij spraken kort met Jean English, de Chief Marketing Officer van NetApp die heel even in Nederland was, over de veranderingen die het bedrijf de afgelopen paar jaar heeft doorgemaakt. 

Voornamelijk op het gebied van hybrid cloud heeft NetApp de nodige stappen gezet volgens English. Centraal in deze verandering staat een fundamentele wijziging van het type bedrijf dat NetApp is. Waar het lange tijd bekend heeft gestaan als een hardware-bedrijf, wordt het nu meer en meer een software-bedrijf.

Van storage naar data

De transitie van een focus van hardware naar software houdt in dat fysieke storage inmiddels niet meer onderscheidend genoeg is voor bedrijven zoals NetApp. Het draait om andere zaken. Dat is ook het standpunt dat English inneemt. Zij heeft het tijdens ons gesprek over Transformation 2.0, waarbij data centraal staat, niet langer storage. Het is een ‘evolution from a storage discussion to a data discussion‘.

Uiteindelijk wordt de transitie van storage naar data als belangrijkste onderdeel voor een belangrijk deel ingezet vanwege de opkomst van de cloud. Het gaat meer en meer om waar bepaalde data staan (on-premise, cloud) en hoe je deze kunt managen, niet meer zozeer om de hardware waarop deze zijn opgeslagen. Als je een contract aangaat met Amazon AWS of Microsoft Azure, vraag je daar in de regel ook niet naar. Je wilt met name weten of je altijd bij je data kan en of deze veilig zijn.

Hybrid cloud is het antwoord

NetApp is evenals veel andere partijen in de markt van mening dat een goede hybrid (of multi-) cloud strategie op dit moment cruciaal is voor bedrijven die hun data op meerdere plaatsen hebben staan. De gang naar de cloud is ingezet en onomkeerbaar, maar er zijn nog altijd behoorlijk wat applicaties/workloads en data die on-premise in datacenters staan. (Zie de eerder aangehaalde artikelen hierboven voor redenen waarom dit zo is.) Er valt op dit moment dus veel te winnen voor partijen zoals NetApp als het gaat om het efficiënt op elkaar aansluiten van de private (on-premise) en public clouds.

Dat laatste is dan ook een gebied waar NetApp de afgelopen jaren sterk op heeft ingezet. Cruciaal hierin is wat NetApp haar Data Fabric noemt. Dit is een algemene term die van zichzelf geen specifieke technologie aanduidt, maar meer conceptueel van aard is. In het officiële white paper over NetApp Data Fabric wordt het als volgt gedefinieerd (in het Engels):

NetApp’s vision for data management is a data fabric that seamlessly connects different clouds, whether they are private, public, or hybrid environments. A data fabric unifies data management across distributed resources to allow consistency and control of data mobility, security, visibility, protection, and access.

Een belangrijk onderdeel van de Data Fabric is uiteraard de integratie met public clouds zoals die van Amazon (AWS) en Microsoft (Azure). Aan de basis van NetApp’s Data Fabric ligt ONTAP, wat je zou kunnen zien als de basisarchitectuur. Hiermee worden de koppelingen tussen de verschillende private en public clouds daadwerkelijk gerealiseerd.

Timing

Zoals wel vaker het geval is bij bedrijven van het formaat van NetApp (in de Fortune 500), is ‘leadership’ een belangrijk onderdeel van de strategie. Hiermee doelen we niet op de wens om als eerste met iets nieuws op de markt te komen overigens. Dat is volgens English namelijk niet de strategie van NetApp. Spreekt dat elkaar dan niet tegen? Als je nooit de eerste bent met iets, hoe ga je dan gezien worden als een leidend bedrijf? Tijdens de recente aankondiging van de nieuwe hyperconverged infrastructure (HCI)-hardware hebben we ook zeker gezien dat her en der juist de nadruk werd gelegd op de achterstand die NetApp op het eerste gezicht heeft. Bedrijven zoals Nutanix, Dell EMC, HPE en Cisco bieden dergelijke hardware al geruime tijd. Ook als het gaat om all-flash-storage (eveneens onderdeel van de nieuwe HCI-hardware overigens) was NetApp niet de eerste.

Bij NetApp is men zich uiteraard terdege bewust van hun eigen timing, dus dit soort feiten komen niet als een verrassing. Het gaat volgens English echter niet alleen om de eerste zijn, maar veel meer om de beste zijn. En van dat laatste is men bij NetApp zoals je mag verwachten overtuigd. Zo werd er tijdens de lancering van HCI gesteld dat NetApp weliswaar niet de eerste is, maar wel meteen met de tweede generatie op de proppen komt. Hiermee zet het de concurrentie volgens English meteen ook op achterstand.

De tweede generatie HCI presteert naar verluidt veel beter dan alles wat NetApp’s concurrenten tot nu toe uitgebracht hebben. Hierbij gaat het dan met name om de Quality of Service. In het geval van meerdere workloads tegelijkertijd zou deze tweede generatie hier een stuk beter mee overweg kunnen. Daarnaast moeten we volgens English niet vergeten dat HCI een serieuze investering is die je voor langere tijd doet. Dan is het cruciaal dat het goed werkt, iets wat de concurrentie dus kennelijk niet kan garanderen.

Ook op het gebied van all-flash storage voor het datacenter was NetApp niet de eerste in de markt. Op dit punt doet het bedrijf het tegenwoordig echter zeer goed, volgens Sven Schoenaerts, Managing Director Benelux. In Nederland heeft NetApp bijvoorbeeld 39 procent van deze markt in handen en groeit het drie keer harder dan de markt. In België groeit men zelfs vijf keer harder dan de markt. In dit segment lijkt NetApp dus op basis van de cijfers succesvol te zijn met hun strategie.

Op zich kan het prima het geval zijn dat de producten van NetApp door de wat latere introductie moderner en beter zijn dan die van de concurrentie. Aan de andere kant kunnen wij ons niet aan de indruk onttrekken dat NetApp bijvoorbeeld op het gebied van HCI behoorlijk wat potentiële klanten heeft laten liggen door de relatief late introductie van haar product. Wij kunnen ons niet voorstellen dat dit een bewuste strategie is. Het lijkt ons waarschijnlijker dat NetApp min of meer gedwongen nu pas op de markt kwam met HCI. Dit product is namelijk deels gebaseerd op de SolidFire-technologie en dat bedrijf werd pas vorig jaar overgenomen. Let wel, dan kan het argument dat men niet per se de eerste wil zijn, maar wel de beste, nog steeds gelden natuurlijk. Of de timing dan helemaal vrijwillig is geweest, kun je je afvragen.

Jean English, Chief Marketing Officer van NetApp

Autoriteit

Het doel van NetApp is om een autoriteit te zijn als het gaat om de hybrid en multi-cloud. Volgens English is het bedrijf hier ideaal voor gepositioneerd. Een belangrijke reden hiervoor is dat het bedrijf als het ware tegen de cloud ‘aanleunt’. Het is dus onafhankelijk. NetApp is ook infrastructuur-agnostisch; dankzij koppelingen met alle bekende platformen en diensten, werken producten van het bedrijf overal mee samen.

NetApp zit verder regelmatig om tafel in speciale sessies met bijvoorbeeld Microsoft, Amazon en IBM, om in een open omgeving van gedachten te wisselen over waar men mee bezig is. Dit geeft volgens English aan dat niet alleen NetApp zichzelf ziet als een autoriteit, maar dat de markt deze mening ook deelt.

English heeft het tijdens ons gesprek tot slot meerdere keren over ‘embracing new technologies’, iets wat NetApp volgens haar gedaan heeft met zaken zoals all-flash storage en de public cloud. Je moet als bedrijf nieuwe technologieën dus niet zien als een bedreiging. Gevraagd naar wat dit betekent als het gaat om zaken zoals AI en IoT en of NetApp deze technologieën ook al heeft omarmd, geeft ze aan dat men er zeker mee bezig is. Zo zal IoT met al zijn ongestructureerde data die overal vandaan komt specifieke eisen stellen aan de infrastructuur, bijvoorbeeld als het gaat om data-management.

Conclusie

Al met al lijkt het erop dat NetApp goed bezig is in een markt waarin het nodige van leveranciers van hardware voor datacenters gevraagd wordt. Het is goed om te horen dat men kwaliteit boven alles stelt, ook als dat een langere time-to-market als gevolg heeft. Uiteindelijk gaat het bij investeringen in bijvoorbeeld HCI om serieuze bedragen, waarvoor niet mag worden beknibbeld op de kwaliteit. Impliciet zou dit overigens betekenen dat andere partijen in de markt dat wel doen, maar daarover doet men uiteraard geen uitspraken.