Vrije Universiteit Brussel zet Synology-servers in voor onderzoeksgroepen

Synology is bij velen van jullie wellicht het bekendst als leverancier van NAS-apparaten voor thuisgebruik en kleinzakelijke omgevingen. Het bedrijf heeft echter ook de nodige modellen die bedoeld zijn voor gebruik in een serverrack. Dat soort racks staat in grotere organisaties. We hebben recent gesproken met John Kellen, IT Manager van de Brussels Health Campus bij de Vrije Universiteit Brussel, waar men gebruikmaakt van Synology Rackstations voor een deel van de opslagcapaciteit die nodig is.

De Vrije Universiteit Brussel bestaat uit twee campussen. De grootste staat in Etterbeek, ten zuidoosten van Brussel, en een kleinere in Jette, dat ten Noordwesten ligt van de stad. De kleinere van de twee is de Health Campus, waar ook het universitair ziekenhuis bij hoort. Met dat laatste heeft Kellen overigens niets van doen. Hij is samen met zijn team verantwoordelijk voor de IT van het educatieve en onderzoeksgerichte deel van die campus.

Let wel, de kleine campus is nog altijd vrij stevig van formaat. Er lopen zo’n 1000 studenten rond en enkele honderden personeelsleden. Die maken uiteraard allemaal gebruik van de IT-faciliteiten van de universiteit.

Niet alleen Synology

Kellen nuanceert het gebruik van Synology op de campus overigens meteen aan het begin van ons gesprek met hem. De serverzaal waar een deel van de core-functionaliteiten van de campus op draait is niet gevuld met servers van Synology. Daar tref je bijvoorbeeld HPE 3PAR storage aan en gevirtualiseerde machines op basis van VMware virtuele desktop infrastructuur.

De reden hiervoor is dat men ten tijde van de keuze is gegaan voor wat Kellen wat meer gerenommeerde merken noemt. Dat is Synology in dit segment nog niet.

Synology voor onderzoeksgroepen

Bij een universiteit heb je niet alleen een IT-infrastructuur nodig voor het reilen en zeilen van de dagelijkse gang van zaken. Er zijn ook onderzoeksgroepen werkzaam, die niet op die infrastructuur werken. Die moeten een eigen omgeving hebben. Soms is het zelfs zo dat men een deel van de subsidie die men heeft gekregen voor een bepaald onderzoek, moet inzetten om ervoor te zorgen dat de IT-omgeving opgezet kan worden.

Op zo’n moment komen andere zaken kijken dan hoe gerenommeerd een merk is. De kosten spelen dan bijvoorbeeld een grote rol. Op dat vlak is Synology veel interessanter dan de ‘traditionele’ zakelijke aanbieders. Voor de onderzoeksgroepen is inmiddels een volledig rack ingericht, waarin zo’n 20 modellen uit de RS-lijn van Synology zijn ondergebracht. Het gaat om de volgende modellen: RS812, RS814+, RS815+, RS818RP+, RS2416+ en RS3614xs+.

Iedere groep zijn eigen server

In het algemeen werkt het zo dat iedere onderzoeksgroep een eigen dedicated storage server kan hebben, afhankelijk van de beschikbare budgetten. Per onderzoeksgroep kunnen er meerdere projecten of onderzoeken tegelijkertijd plaatsvinden uiteraard. Op deze manier blijven de verschillenden groepen wel strikt gescheiden van elkaar.

Het type data dat door de onderzoeksgroepen op hun servers gezet wordt, is zeer divers. Kellen noemt als voorbeeld een onderzoek naar kanker, waarbij microscoopbeelden van zeer hoge resolutie opgeslagen moeten worden. Maar er zullen ongetwijfeld ook gewoon veel documenten op de servers staan, waarin de voortgang van een onderzoek wordt bijgehouden.

Kellen geeft aan dat men standaard kiest voor een RAID5-configuratie van de schijven. Dat is een prima balans tussen prestaties en duplicatie van data. Een uitzondering hierop is een project dat recent is gestart en dat veel met grote videobestanden werkt. Dat model is voorzien van een 10Gbps-aansluiting en is geoptimaliseerd voor prestaties. Vandaar dat bij die server is gekozen voor RAID10. Daarvan zijn de schrijfprestaties beter dan van RAID5. RAID10 is wel duurder dan RAID5, omdat het gebruikmaakt van mirorring in plaats van parity om eventueel uitvallen van schijven op te vangen. Met RAID10 ben je 50 procent van je capaciteit kwijt voor mirorring van de data. RAID5 verspreidt de parity-data over meerdere schijven, iets wat in totaal minder dan 50 procent van de beschikbare capaciteit nodig heeft. Je hebt onder de streep slechts de capaciteit van een enkele disk nodig.

Blij verrast

Kellen geeft eerlijk toe dat men in eerste instantie wellicht niet meteen aan Synology gedacht zou hebben. Dat veranderde echter toen hij er dankzij partner TechSession een keer praktijkervaring mee opdeed. Het was toen meteen duidelijk dat Synology ook zeker geschikt is voor een zeer zakelijke omgeving zoals die van de universiteit.

Het is dus meer dan alleen de prijs geweest die ervoor gezorgd heeft dat Kellen overtuigd is geraakt van de servers van Synology. Het is Linux-gebaseerd bijvoorbeeld, dus past goed in de rest van hun omgeving en de kennis die er intern is. In zijn ervaring gaan de servers ook lang mee, ook niet onbelangrijk natuurlijk.

Uitgebreid en gebruiksvriendelijk

De voornaamste redenen waarom Kellen goed te spreken is over Synology, is dat de servers veel mogelijkheden bieden en deze in een zeer gebruiksvriendelijk jasje gestoken zijn. Zaken zoals firewalls, de geavanceerde permissies voor meerdere gebruikers in dezelfde mappen, het apart kunnen finetunen van verschillende netwerkinterfaces en het bepalen welke services wel en niet toegankelijk zijn, het is allemaal mogelijk. Dat zijn voor de omgeving in kwestie enkele belangrijke features.

De gebruiksvriendelijkheid van DSM maakt het leven van Kellen ook een stuk eenvoudiger. Per onderzoeksgroep is er vaak iemand die wordt aangewezen om zaken zoals toegang en rechten voor leden van de groepen in te stellen. Dat kan hij dankzij DSM heel snel en eenvoudig uitleggen aan iemand die enige affiniteit heeft met technologie. Toch blijven de systeeminstellingen enkel bereikbaar voor de admins van de lokale IT-dienst.

Er is meer

Over het algemeen gebruikt de Health Campus van de Vrije Universiteit Brussel Synology-servers dus vooral voor rechttoe-rechtaan opslag. Er zijn echter nog twee producten/diensten die men inzet, te weten Surveillance Station en een VisualStation. Deze worden beide gebruikt voor camera-surveillance in de medische bibliotheek. Het VisualStation wordt alleen gebruikt als de voorkant, alle instellingen worden binnen Surveillance Station gedaan.

Verder is men in gesprek met Synology om samen de videospeler in DSM zo te configureren dat deze gebruikt kan worden bij een specifiek project dat ze zijn gestart. Hierbij wil men filmpjes opnemen van deelnemers aan medische onderzoeken in het kader van de artsenopleiding, uiteraard met toestemming van die deelnemers. Deze filmpjes moeten vervolgens ook bekeken kunnen worden door mensen die hiervoor de rechten hebben (de professoren). De videospeler moet dan rechtstreeks in DSM draaien via een beveiligde en versleutelde verbinding, niet op een client. Dit in verband met de privacy van de deelnemers. Hiervoor mogen ze rekenen op de expertise van Synology om het project snel te kunnen implementeren.

Conclusie

Al met al is men bij de IT-afdeling van de Health Campus van de Vrije Universiteit Brussel zeer te spreken over de Synology-servers. Ze bieden een goede combinatie van betaalbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en mogelijkheden. De continue ontwikkeling van DSM betekent ook dat er nog veel nieuwe features aan gaan komen, die wellicht ook interessant zijn voor. Wie weet wat er allemaal nog in het vat zit voor de toekomst.

Of Synology op termijn ook voor de servers in de core-infrastructuur een optie is? Op die vraag blijft Kellen het antwoord voorlopig schuldig. Volgens hem moet Synology zich nog iets verder bewijzen en ontwikkelen, en daar zijn ze ook goed mee bezig. Kellen geeft wel toe dat Synology ondertussen zeer mooie flash-arrays kan aanbieden die zich kunnen meten met de competitie. Wie sterk rekening moet houden met budget (prijs/kwaliteit) en niet in een grote corporate omgeving moet werken kan in ieder geval zeker bij het merk terecht.