Hyperconvergence: wat is het en waarom is het belangrijk?

Hyperconvergence is aan een opmars bezig. Hypergeconvergeerde systemen maken al een derde uit van de totale markt van geconvergeerde datacentersystemen. Vandaag is dit segment goed voor een totale waarde van 1,2 miljard dollar en dat zal alleen maar stijgen. We spitten in dit artikel uit waar het allemaal om draait.

Hypergeconvergeerde systemen werden in het leven geroepen om de complexiteit in het datacenter te verminderen en de schaalbaarheid te vergroten. Om dat te realiseren worden de opslag-, reken- en netwerkcapaciteiten in een enkel systeem gecombineerd.

Hoewel het tegenstrijdig lijkt dat een single-vendoroplossing voor meer flexibiliteit zorgt, is dat precies de belofte die hyperconvergence maakt. Het biedt de wendbaarheid van de public cloud, zonder dat je de controle over de hardware moet afstaan.

(Hyper)convergence

Om goed te begrijpen hoe hypergeconvergeerde systemen tot efficiëntiewinst leiden, nemen we eerst een stapje terug. Bestaande datacenterinfrastructuur is doorgaans in silo’s opgebouwd. Eén set middelen – compute, opslag en netwerk – is gewijd aan een bepaalde technologie of applicatie en wordt meestal gekozen volgens het ‘best of breed’-principe.

De verschillende elementen zijn vaak afkomstig van verschillende fabrikanten en worden beheerd via verschillende software. Er is nauwelijks of geen sprake van integratie. Bovendien wordt in deze silo-aanpak uitgegaan van een aantal vooronderstellingen en kan de hardware niet zomaar opnieuw worden geconfigureerd om andere werklasten te ondersteunen.

 

Hyperconvergence stapt af van een hardware-gedefinieerde infrastructuur ten voordele van een software-gedefinieerde omgeving.

 

Dat heeft geleid tot een wildgroei aan hardware in het datacenter die nooit ten volle wordt benut. Gevolg: minder flexibiliteit, veel verspilde middelen en stijgende operationele kosten om de infrastructuur te blijven onderhouden.

Om uit die silo’s los te breken en de efficiëntie te verhogen, kwam de markt met geconvergeerde infrastructuur op de proppen. Dat zijn vooraf geïntegreerde systemen waarbij serverhardware, schijfopslag en netwerkapparatuur in één pakket wordt aangeboden, en via een gecentraliseerd softwareplatform wordt beheerd. De middelen worden in poules gegroepeerd en op een efficiënte manier aan werklasten toegewezen, waardoor de wildgroei aan hardware kan worden ingeperkt.

Waar bij geconvergeerde infrastructuur de reken-, opslag- en netwerkcomponenten nog van elkaar kunnen worden gescheiden, en tot op zekere hoogte door de klant zelf samengesteld, is dat bij hypergeconvergeerde systemen niet langer het geval. Hier wordt doorgedreven abstractie van de hardware gemaakt en zijn alle middelen (compute, opslag en netwerk) via een hypervisor gevirtualiseerd.

Hyperconvergence stapt af van een hardware-gedefinieerde infrastructuur ten voordele van een software-gedefinieerde omgeving. Het is een kant-en-klare oplossing – of node – met standaard off-the-shelf hardware, die eenvoudig schaalbaar is door meerdere nodes in een cluster samen te voegen.