Prins Constantijn: ‘Smart city is geen city marketing, het moet in het DNA van de stad zitten’

We spraken met prins Constantijn van Oranje over de ontwikkeling van smart cities. Met hem deelden we ook onze ervaringen op dit vlak, namelijk dat het vaak prestige projecten zijn zonder echte daadkracht of visie. Ook hij had een zeer uitgesproken mening over dit soort initiatieven. Constantijn: “Bij steden moet je kijken waar het budget voor smart cities vandaan komt, als het uit city marketing komt weet je voldoende.”

Recent publiceerden we al een interview met prins Constantijn van Oranje over het startupklimaat in Nederland. Ook toen was hij duidelijk over waar Nederland goed in is, evenals waar nog werk verzet moet worden. De overheid is nu aan zet om het startupklimaat te verbeteren.

“Het is leuk om te roepen dat je smart city bent, maar het is heel anders om het echt door te voeren.”

Bij smart cities is misschien ook de overheid wel aan zet, want de steden halen nog lang niet het maximale uit hun smart city-efforts. Constantijn geeft aan dat teveel steden het zijn van een smart city gebruiken als een marketingcampagne, om te laten zien dat ze goed bezig zijn. Het zijn van een smart city moet veel dieper zitten en staat haaks op wat veel ambtenaren willen. “Een goede smart city verwerkt het in het DNA van een stad, met een open data-beleid. Dat zijn de echte indicatoren of een stad er serieus mee bezig is.”

Visie en ambities politieke partijen

Als je als stad serieus bent over smart city-initiatieven dan moet het gemeentebreed worden doorgevoerd. In elke afdeling moet men kijken hoe hier gebruik van gemaakt kan worden. Dat betekent ook dat de politieke partijen en hun ambities hier een rol in spelen, stelt Constantijn. Daarvoor is een goede visie nodig, want pas dan kan je het overal in terug laten komen. Dan kan je denken aan de ouderenzorg, de afvalstoffendienst, het meten van luchtkwaliteit en het beheer van riool, waterleidingen en straatverlichting.

Zonder budget geen smart city

Het betekent dus ook dat als je het zijn van een smart city wil omarmen, het ergens anders pijn gaat doen. Steden moeten nu al harde keuzes maken tussen de ambities van partijen. Bijvoorbeeld wel of geen autoluwe binnenstad, meer of minder sociale voorzieningen en hogere of lagere belastingen. Het investeren en uitrollen van een smart city kost in eerste instantie gewoon geld en dat betekent een hap uit het gemeentebudget. Geld dat daardoor niet aan andere ambities kan worden besteed.

Er is wel een klein voordeel aan smart city-projecten. Hoewel het aan de ene kant geld kost, is het vaak mogelijk om aan een andere kant geld te besparen. Gemeentelijke diensten of afdelingen kunnen doorgaans efficiënter werken na een smart city-implementatie, waardoor er minder kosten hoeven te worden gemaakt. De impact verschilt per stad en is vooraf lastig vast te stellen.

De Techzine-redactie had al vastgesteld dat veel steden kiezen voor een smart city-strategie zonder budget, met proeftuinen waarin alle startups en bedrijven welkom zijn. Op die manier proberen ze dan zoveel mogelijk oplossingen gratis te krijgen.

Open data-beleid helpt stad voorwaarts maar vraagt cultuurverandering ambtenaren

Het openmaken van datasets en die beschikbaar stellen aan bedrijven en burgers kan gemeenten helpen om sneller te innoveren. Daar zijn tal van voorbeelden van. Constantijn zegt hierover: “Het openmaken van je dataset is het opgeven van een stukje controle en dat is tegen de cultuur van ambtenaren in”. Techzine had dit ook al gemerkt. Ambtenaren zijn ook bang harder te moeten werken als men vragen gaat stellen over de inhoud van datasets.

De vraag is natuurlijk ook hoe steden dit kunnen verbeteren. Kan meer samenwerking tussen steden onderling bijvoorbeeld leiden tot betere smart city-innovatie? Constantijn zegt hierover dat dit nog maar de vraag is. Het gaat ook over hoe smart city projecten gebudgetteerd zijn en ingebed, zodat ze niet bij de wisseling van B&W meteen geschrapt worden.

Uiteindelijk zal er op twee manieren wat kunnen gebeuren. Gemeenten kunnen wat bewerkstelligen door aan hun lange termijn visie te werken en te zorgen dat het zijn van een smart city op alle vlakken als een rode draad (DNA) in hun beleid terugkomt. De andere methode is dat de overheid op landelijk niveau met een overkoepelende visie of misschien zelfs wel beleid komt. Op landelijk niveau zou het de innovatie in Nederland fors kunnen versnellen.