Apple en Ericsson slepen elkaar voor het gerecht om belangrijke patenten

Apple en Ericsson hebben elkaar voor de rechter gesleept vanwege onenigheid over patenten. De bedrijven hebben gezamenlijk geprobeerd tot een regeling te komen, maar slaagden daar niet in. De uitkomst van de zaken is belangrijk voor alle fabrikanten die telefoons uitbrengen in de Verenigde Staten.

Na jaren van patentstrijden was 2014 relatief rustig, maar richting het einde kwamen er toch weer verschillende geschillen voorbij. Ook in 2015 zijn we nog niet klaar, nu Apple en Ericsson elkaar voor de rechter dagen. Apple was de eerste die een rechtszaak aanspande, Ericsson sloeg terug met een tweede zaak.

Ericsson verdient jaarlijks 1,1 miljard aan patenten

Het Zweedse bedrijf Ericsson is de afgelopen jaren stukken machtiger geworden dan voorheen, dankzij het patentenportfolio waarover het beschikt. Door de opkomst van mobiele apparaten worden de patenten van Ericsson steeds relevanter en dat resulteerde in 2014 bijvoorbeeld in licentie-inkomsten van meer dan 1,1 miljard euro.

Van die inkomsten was een groot deel afkomstig van Apple, vanwege de iPad en iPhone die over draadloze dataverbindingen beschikken. Apple zou daar graag vanaf willen en trekt de hoogtes van licentiekosten voor bepaalde patenten in twijfel. Gezamenlijk hebben de bedrijven de afgelopen twee jaar gesprekken gevoerd om tot een oplossing te komen. Apple koos er uiteindelijk voor om er een rechtszaak van te maken, ongetwijfeld omdat de gesprekken niet naar tevredenheid zijn verlopen.

Apple claimt dat de patenten van Ericsson "niet essentieel voor industriële standaarden" zijn en hoopt dat de rechter daarmee instemt. Als dat gebeurt zullen Apple -en vermoedelijk ook veel concurrenten- er niet meer of minder voor hoeven te betalen, de kosten zijn standaard inbegrepen bij de prijs van producten met een dataverbinding maar worden niet per se in het desbetreffende product gebruikt.

Ook Apple’s concurrentie heeft veel belang bij de uitspraak

De uitspraak is dus ook voor andere fabrikanten van groot belang, omdat zij hun deals eventueel ook kunnen aanvechten. Voor Ericsson staat er daarom veel op het spel terwijl Apple voornamelijk het risico loopt dat het gewoon moet betalen wat nu ook al betaald wordt.

Als de rechter Apple geen gelijk geeft, wil het Amerikaanse bedrijf dat bekeken wordt of de hoogte van de licentiekosten gegrond zijn. Nu wordt de hoogte van de licentiekosten bepaald aan de hand van de totaalprijs van een product, in plaats van de prijs van de chip waar het patent betrekking op heeft.

Ericsson slaat terug met tweede rechtszaak

Zoals we in het verleden maar al te vaak hebben gezien slaat de aangeklaagde terug met een rechtszaak tegen de aanklager. Ericsson wil dat een rechter kijkt naar de aan Apple aangeboden deal. De hoop is natuurlijk dat de rechter het voorstel redelijk acht, waardoor Ericsson meer slagkracht krijgt in de originele rechtszaak van Apple.