Red Hat ziet gouden randje aan problemen Meltdown en Spectre

De gevolgen van de lekken Meltdown en Spectre in Intel-processoren zijn groot. De problemen zijn ernstig. Maar er zit een gouden randje aan de problematiek, stelt Red Hat. De open source gigant stelt dat de problemen een sluimerende “polarisatie” tussen software- en hardwareontwikkelaars hebben opgelost.

Volgens de voornaamste ARM-architect van Red Hat, John Masters, waren de twee groepen namelijk gedwongen om samen te werken om zo snel mogelijk met oplossingen voor de problemen te komen. De veiligheidsindustrie heeft de afgelopen jaren te lijden gehad onder gebrekkige communicatie tussen verschillende bedrijven. Maar de kwetsbaarheden hebben bedrijven gedwongen daar nog eens over na te denken.

Eindelijk samenwerking

Tijdens een persconferentie die Masters hield op de jaarlijkse Summit in San Francisco, liet Masters weten dat het echt problematisch was dat “hardware- en softwaremensen niet mengen”. Voor hem is de gedwongen samenwerking ergens dan ook een gouden randje, want zo zijn er problemen opgelost.

Het bestaan van de Spectre en Meltdown-exploits werd afgelopen januari aan de wereld kenbaar gemaakt. De kwetsbaarheden konden in zo’n beetje alle Intel-processoren van de afgelopen tien jaar gevonden worden en waren relatief eenvoudig te misbruiken. Het grootste probleem van de exploits is verder dat ze niet opgelost kunnen worden met een simpele software-update.

Volgens Masters hoorde Red Hat enkele maanden voordat de exploits wereldwijd bekend werden gemaakt al van het bestaan daarvan. “Wat we kunnen doen met software, is de problemen heel creatief oplossen,” waarbij er vooral gekeken was naar een oplossing om de prestaties van hardware niet teveel achteruit te laten gaan.

“Het moment dat het embargo opgeheven werd, hadden we oplossingen klaarstaan,” vertelde Masters. Ondertussen werkt het bedrijf aan manieren om de performance van getroffen apparaten weer te verbeteren.