Microsoft installeert datacenter onder water in de Noordzee

Microsoft heeft een nieuwe stap gezet in Project Natick en installeerde eerder deze maand een onderzees datacenter in de Noordzee . Met het onderzoeksproject bekijkt Microsoft de haalbaarheid en voordelen van een datacenter onder water.

Datacenters op het land verbruiken volgens Microsoft gemiddeld 4,8 liter water per kilowattuur (kWh) om koel te blijven. Een studie van Berkely Lab schatte het energievebruik van Amerikaanse datacenters in 2016 op 70 miljard kWh. Een andere Amerikaanse studie voorspelt dan weer dat datacenters tegen 2025 een vijfde van de totale wereldwijde elektriciteitsproductie opeisen.

De technologiesector staat voor een flinke uitdaging en is al enkele jaren op zoek naar gepaste oplossingen om datacenters energie-efficiënter te maken. Met Project Natick besloot Microsoft in 2013 de piste van onderzeese datacenters te onderzoeken. Twee jaar later werd een eerste prototype geïnstalleerd in de Stille Oceaan, voor de kust van Californië. De drie meter lange capsule, die werd genoemd naar Halo-personage Leona Philpot, zat volgestouwd met servers en bleef 100 dagen onder water op een diepte van een kleine 10 meter.

Tweede prototype

Toen Leona weer boven water werd gehaald bleek alvast dat het drukvat zijn tijd onder water had overleefd. De onderzoekers stelden wel nog problemen vast met het afvoeren van de warmte die door de apparatuur aan boord werd geproduceerd. Ook de aantasting door algen bleek nog een uitdaging.

Op basis van die bevindingen werd een tweede prototype gebouwd dat eerder deze maand te water werd gelaten voor de kust van Stromness in het noorden van Schotland. De nieuwe versie meet iets meer dan 12 meter en bevat een totaal van 864 servers met Field-Programmable Gate Arrays (FPGA) en 27,6 petabyte aan opslagruimte.

In tegenstelling tot het eerste prototype, draait dit nieuwe exemplaar volledig op lokaal geproduceerde hernieuwbare energie. Microsoft is hoopvol dat het datacenter vijf jaar zonder interventie onder water kan blijven functioneren. Het uiteindelijke doel is een datacenter met een levensduur van 20 jaar.

Haalbaarheid

Als Microsoft Project Natick ooit commercieel wil uitrollen, heeft het bedrijf nog enkele uitdagingen te overwinnen die ook door dit tweede prototype niet worden opgelost. De onderzeese datacenters hebben immers nog altijd energie nodig. Hoewel dat in Stromness op een duurzame manier kan, zal dat niet voor elke locatie het geval zijn.

Daarnaast moeten data- en stroomkabels de zee in geleid worden. Naast de praktische uitdaging, zou dat ook lokale vissers kunnen hinderen. Een mogelijke oplossing is om in te haken op het onderzeese kabelnetwerk van de grote kabelleveranciers, maar ook dat brengt zijn eigen uitdagingen met zich mee.

De belangrijkste vraag is uiteindelijk hoe groot de cost of ownership zal zijn ten opzichte van een datacenter op het land. Microsoft staat voorlopig nog niet ver genoeg om daar al een antwoord op te geven.