Derde rechtszaak tegen Ripple en CEO Bradley Garlinghouse

Wederom is er een rechtszaak aangespannen tegen Ripple en CEO Bradley Garlinghouse. De derde zaak in drie maanden tijd werd op 27 juni aangespannen door een XRP-investeerder die stelt dat Ripple de waarde van de token flink opgedreven heeft en op illegale wijze geprofiteerd heeft van de waardegroei.

Dat schrijft de site The Next Web vandaag op basis van de aanklacht. Alle drie de rechtszaken hebben ongeveer dezelfde strekking. XRP beschikt over een gecentraliseerd distributiemodel, waarbij er niet, zoals bij andere cryptovaluta, gemined hoeft te worden. Daardoor is er een vrij constante ICO-periode voor Ripple Labs, dat zichzelf alleen al in het laatste kwartaal van 2017 op deze manier van honderd miljoen dollar voorzien zou hebben.

Illegale werking

De XRP-token wordt nog niet gezien als een security. Maar de drie zaken lijken allemaal wel hierop te wijzen. De XRP zou de voornaamste bron van inkomsten zijn voor Ripple. Precies dat zou de cryptovaluta mogelijk toch een security maken. In essentie is dat een investeringscontract, waarbij inkomsten voor de ontvangende partij voortkomen uit investeringen van derden.

In dit geval zou het dus gaan om investeringen in de XRP-token, die geheel doorvloeien naar Ripple. Als dat klopt, dan is de hele geschiedenis van de XRP-token een illegale ICO geweest. Mocht dat zo zijn, dan zullen de drie aanklachten succesvol zijn en kan Ripple daarmee een enorme boete verwachten. Dat is dan ook meteen slecht nieuws voor CEO Garlinghouse, die aansprakelijk gehouden zal worden voor dit bedrog.

Voor de verdediging heeft Ripple Labs enkele grote namen aangetrokken. Mary Jo White, voormalig voorzitter van de Securities and Exchange Commission en haar medewerker Andrew Ceresney, geven de verdediging van Ripple vorm.