Ericsson brengt met 5G-technologie zelfrijdende vrachtwagens de publieke wegen op

Netwerkleverancier Ericsson en de Zweedse telecomaanbieder Telia werken samen met Einride. Dat biedt autonome voertuigen aan voor het transport van goederen. Samen bouwen de bedrijven een systeem voor zelfrijdende vrachtwagens die werken met behulp van 5G-technologie.

Dat meldt Internet of Business vandaag. De samenwerking tussen de drie bedrijven is erop gericht om een duurzaam transportsysteem op te zetten, waarbinnen uiteenlopende elektrische en autonome voertuigen aan elkaar verbonden zijn. Vandaag dus ook de integratie van 5G-technologie, die het mogelijk maakt om grote hoeveelheden data te verwerken.

Chauffeurloos elektrisch voertuig

De T-Pod, een chauffeurloos en elektrisch voertuig van Einride, zal de autonome vrachtwagen van de bedrijven zijn om de technologie ook echt op de weg te brengen. Die maakt gebruik van 5G-technologie van Ericsson. De T-Pod werkt momenteel alleen op de DB Schenker faciliteit in Zweden, maar zal straks ook de weg op kunnen.

Dat stellen althans de samenwerkende bedrijven. De T-Pod, gecombineerd met het autonome transportsysteem en 5G, zou uiteindelijk zestig procent van het transport op zich kunnen nemen. Dat kan het dan als kostenefficiënt en betrouwbaar systeem. Dat vertelt ook COO Ewald Kaiser van DB Schenker:

“Deze pilot vormt een mijlpaal in de overgang naar een intelligent transportsysteem, dat zowel veilig, kostenefficiënt als duurzaam is. Autonome, volledig elektrische vrachtwagens op de publieke wegen zijn niet langer een droom – de ontwikkeling vindt nu al plaats.”

De gedachte is dat volledig elektrisch vrachtvervoer de CO2-uitstoot met negentig procent terug kan dringen. Ook zou de uitstoot van onder meer zwavel en andere schadelijke stoffen zo flink teruggedrongen kunnen worden. “Onze missie is om de transitie naar duurzaam vrachtvervoer te vormen”, vertelt Robert Falck, de CEO en oprichter van Einride. “5G biedt de connectiviteit en betrouwbaarheid die we nodig hebben om T-Pods veilig op de publieke wegen te kunnen introduceren.”