Samsung bouwt groot Koreaans datacenter om te concurreren met AWS en Azure

Het Zuid-Koreaanse Samsung heeft besloten om een datacenter vlakbij de grens van Noord- en Zuid-Korea te bouwen. Dat doet het op een oude schietbaan met de naam Chuncheon. Sommigen noemen het een riskante strategie, maar Samsung zal er flink besparen op het koel houden van zijn servers.

Het datacenter ligt pakweg anderhalve kilometer van de grens tussen de twee landen die formeel nog altijd in oorlog verkeren. Het bedrijf zal de faciliteit gebruiken om zijn eigen cloudhub te ontwikkelen, waarmee het wil concurreren met Amazon, Google en Microsoft.

Lagere stroomkosten

Samsung kiest om een simpele reden voor de locatie vlakbij de grens met Noord-Korea. De locatie ligt in de Koreaanse bergen, waar de koele berglucht helpt de servers koel te houden. Dat bespaart flink wat stroom en dus ook meteen flink wat geld. Technici van Samsung denken dat de hoeveelheid stroom die nodig is om de servers optimaal te laten draaien, met tachtig procent terug te kunnen dringen door deze locatie.

“Het tijdperk van de cloud komt. Dus als we dit niet doen, maken we geen kans”, aldus Kim Ho, vicepresident van Samsung SDS Co., de divisie die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van het cloudaanbod. Ondanks dat Samsung al een aantal datacenters wereldwijd heeft, zijn die niet voor het publiek bedoeld. Momenteel slaat het bedrijf daar enkel zijn eigen data op.

De faciliteit in Chuncheon krijgt overigens een oppervlakte van 39.780 vierkante meter. De constructie zal in de tweede helft van 2019 rond zijn en bij opening is Chuncheon het vijfde grootste datacenter van Samsung in Zuid-Korea. De verwachting is dat Samsung in het datacenter ook diensten van de Koreaanse overheid zal verwerken; vorig jaar tekende het nog een deal met de regering voor een nieuwe blockchain-technologie die moet helpen bij het beheren van transport, de zorgsector en publieke veiligheid.