‘IT-managers zien hun bedrijven veranderen in platform-aanbieders’

Tweederde van de organisaties wil niet alleen een bedrijf zijn dat producten maakt, maar ook platformen aanbiedt. Dat blijkt uit een enquête van Cloud Elements onder 350 IT-managers. 62 procent van de organisaties wil een platform-aanbieder worden om te integreren met partners, klanten vast te houden of om nieuwe winstkansen te vinden.

Een zakelijk model dat winst creëert door uitwisselingen tussen twee of meer onafhankelijke groepen mogelijk te maken, doet dit vaak door die uitwisseling tussen consumenten en producenten mogelijk te maken, legt Alex Moazed van Applico uit tegenover ZDNet. “Platformbedrijven hebben geen middelen voor productie, maar creëren de middelen om met elkaar te verbinden.”

API’s

Volgens de enquête zijn API’s kritiek bij het maken van die verbindingen, om het nieuwe zakelijke model in te kunnen zetten. Daarmee worden online assets opengezet voor partners en andersom. 55 procent van de respondenten stelt dat API-integratie “kritiek” is voor hun zakelijke strategie. Nog eens 29 procent zegt dat het “redelijk kritiek” is.

Voor de meeste bedrijven zijn API’s nu onderdeel van het ontwikkelproces. Bijna 55 procent gebruikt API’s om B2B-producten te bouwen, 36 procent voor mobiele producten en 29 procent voor consumenten- of B2C-producten. Verder worden API’s door 26 procent gebruikt voor de productiviteit van werknemers en door 22 procent door IoT-applicaties.

CRM-applicaties blijken bovendien met 24 procent het meest waarschijnlijk om opengezet te worden voor API-integraties, gevolgd door financiën (16 procent), ERP (15 procent), database (12 procent), communicatie (1o procent) en human capital management (6 procent).

Ontwikkeling

Gemiddeld duurt het 41 dagen voordat een ontwikkelingsteam een nieuwe API-integratie met geavanceerde mogelijkheden heeft gemaakt, aldus de enquête. Respondenten willen dit jaar gemiddeld achttien integraties maken, tegenover 11,5 vorig jaar. Mike Amudsen, API-evangelist, raadt bedrijven aan om zich daarbij op drie gebieden te richten: API-ontwerp, het leveren van actie-geörienteerde API’s en het verlagen van de cost of change.

Op het gebied van ontwerp zouden API-makers “hun werk op een consistente, meetbare en herbruikbare manier documenteren”. Dat betekent het verzamelen van user stories en het inzetten van “Agile, Scrum en andere, minder formele modellen, die allemaal  een mix aan interviews, observaties en enquêtes bevatten om data te verzamelen”.

Het uiteindelijke API-ontwerp wordt uiteindelijk omgezet in “een algemene beschrijving van het document dat gerendered kan worden in een door een machine leesbaar format, zoals ALPS, DCAP en JSON Home. Tot slot wordt de output van deze activiteiten gevolgd binnenin de DevOps pipeline-tools en de resultaten verschijnen op dashboard, waar iedereen met interesse ze kan zien”.

Actie-geörienteerde API’s bevatten onder meer op ervaringen gebaseerde API’s die tegemoet komen aan eisen van specifieke eindgebruikers. Tot slot moeten veranderingen in API’s afgehandeld worden via forking, om nieuwe versies parallel te laten draaien aan oudere versies.