AI voegt in 2030 maar liefst 15,7 biljoen dollar toe aan wereldeconomie

Abonneer je gratis op Techzine!

De meningen over kunstmatige intelligentie lopen nogal uiteen. De een gelooft dat het voortbestaan van de mensheid in de waagschaal ligt en de ander ziet er alleen maar nuttige ontwikkelingen voor. PwC lijkt in die laatste categorie te vallen en voorspelt dat AI in het jaar 2030 in totaal 15,7 biljoen dollar toevoegt aan de wereldeconomie.

Dat meldt persbureau Bloomberg op basis van het PwC-rapport. De voordelen zouden uit twee zaken gehaald worden: 6,6 biljoen dollar komt uit verhoogde productiviteit (door toenemende automatisering en andere manieren waarop arbeidskrachten ingezet worden) en 9,1 biljoen dollar uit extra consumptie. Consumenten zouden meer producten consumeren doordat die meer gepersonaliseerd kunnen worden middels kunstmatige intelligentie.

“Op dit moment denken velen in termen van mens versus machine,” legt AI-onderzoeker Anand Rao van PwC uit. “Wat wij zien als de toekomst, bestaat uit een samenwerking van mens en machine, die samen beter kunnen zijn dan de mensheid alleen.”

Verwacht wordt dat het bruto wereldwijd product met 14 procent gegroeid is in 2030, dankzij die toevoeging van kunstmatige intelligentie aan de wereldmarkt. In 2015 bedroeg de totale waarde van de wereldeconomie nog 74 biljoen dollar en de meeste groei lijkt straks dus behaald te worden door kunstmatige intelligentie.

Tegenover persbureau Bloomberg legt professor Tom Mitchell van de Carnegie Mellon University uit dat kunstmatige intelligentie niet alleen banen gaat kosten, maar ze ook op zal leveren. “Sommige banen verdwijnen, vooral routinewerk, waaronder mensen die bijvoorbeeld op grensovergangen werken. Er zijn andere banen, zoals het werk van een dokter, waarbij AI hen niet vervangt, maar beter maakt door hun mogelijkheden te vergroten. Eer is ander werk waarin AI en informatietechnologie zorgen voor het ontstaan van nieuwe soorten zakelijke modellen, zoals Uber.”

Tegelijk merkt ethicus Wendell Wallach op dat er zoiets is als een “morele verplichting om ervoor te zorgen dat technologie in dienst van de mensheid als geheel staat, niet alleen voor een klein deel van de mens, of een klein deel van de mensen die het best gebruik weten te maken van technologische vooruitgang.”