Google brengt Agent Compute Engine naar Google Cloud. De dienst geeft elke AI-agent een eigen microVM met hardware-isolatie, die net zo snel opstart als een container. In de sandbox staan geen credentials. Intern draaien Gemini, Antigravity en de trainingspipelines van Google al op het platform.
Agentic workloads zijn in korte tijd uitgegroeid tot een van de snelst groeiende afnemers van compute en storage. Agents schrijven en draaien code, bedienen browsers en voeren workflows uit. De bestaande compute-primitieven zijn volgens het bedrijf niet gemaakt om honderden miljoenen van die agents te draaien tegen acceptabele kosten en latency.
Traditionele VM’s isoleren goed, maar starten, pauzeren en hervatten kost seconden tot minuten. Containers zijn snel. Toch delen ze de kernel van de host, terwijl coding agents juist volledige isolatie en root-toegang nodig hebben. Agent Compute Engine moet die twee combineren en weet daarbij ook wanneer een agent werkt en wanneer hij wacht.
Geen geheimen in de sandbox
Het uitgangspunt: ga ervan uit dat een aanvaller alles in de sandbox in handen heeft. Google geeft het voorbeeld van een agent die een inbox beheert en een e-mail leest met verborgen instructies om API-sleutels te verzamelen. Daarom bevat een microVM geen user credentials, API keys, OAuth refresh tokens of service account keys. Ook een standaard netwerkinterface ontbreekt. Al het verkeer loopt via virtio-vsock naar een lokale proxy en daarna naar de externe Agent Gateway.
Die gateway controleert gebruiker, agent en node, en zet pas daarna het benodigde token in. Elke sandbox krijgt een kortlevende identiteit op basis van de open SPIFFE-standaard. Lekt die identiteit uit, dan kan een aanvaller er geen backend-API mee aanroepen. De Titan-chips en de Titanium IPU van Google houden cryptografische sleutels buiten de gastomgeving.
Wachtende agents kosten bijna niets
Opvallend genoeg zijn agents het grootste deel van de tijd aan het wachten, op het model of op de gebruiker. De sandbox laat de host weten wanneer er geen opdrachten meer lopen. De host zet de agent dan via checkpoint-and-restore op idle, zonder dat er nog actieve resources worden verbruikt. Daardoor passen er volgens Google ordes van grootte meer microVM’s op één node dan gewone VM’s. Bovendien delen microVM’s via DAX en Copy-on-Write dezelfde fysieke RAM-pagina’s voor het besturingssysteem, libraries en binaries.
Via persistente werkruimtes kan een agent de volgende dag verdergaan waar hij gebleven was. Google verdeelt workloads wereldwijd over één gedeelde hardwarepool. RL- en evaluatiejobs vullen daarbij de dalen tussen de pieken van consumenten en zakelijke gebruikers op.
Agent Compute Engine komt binnenkort beschikbaar op Google Cloud. Ontwikkelaars bepalen zelf de image, identiteit, netwerktoegang en lifecycle van elke omgeving, terwijl Google de onderliggende infrastructuur beheert. Teams met coding-, evaluatie- of RL-pipelines kunnen een omgeving één keer snapshotten en die daarna in duizenden kopieën forken.