De Europese Commissie heeft een feedbackronde geopend voor een nieuwe open source-strategie. Tot 3 februari kunnen belanghebbenden hun zegje doen over de toekomst van ‘duurzame open digitale ecosystemen’ in Europa. Meer dan een nieuwe ronde aan plannen moet dit proces leiden tot een werkelijk onafhankelijke, open-source inrichting van de Europese digitale infrastructuur.
Er was al sprake van een ‘open-source strategie’ tussen 2020 en 2023, maar dit bleef bij ‘principes’ en een streven tot een ‘werkcultuur’ die open-source een warm hart toedraagt. Dit was vaag genoeg om tot een succes uit te roepen (70-90 procent van wereldwijde softwarecode zou volgens de Europese Commissie open-source zijn), maar die strategie heeft de invloed van Amerikaanse techbedrijven op geen merkbare manier verkleind.
De nieuwe aanpak richt zich op kritieke sectoren zoals cloud, AI, cybersecurity en hardware. De Commissie wil ontdekken waar de groei van Europese open source-projecten belemmerd wordt. Veel hierover is al bekend: het investeringsklimaat in Europa is beperkter dan elders en de commercialisering van software gebeurt veelal elders. Pijnlijker is het feit dat closed-source Amerikaanse software een lock-in creëert maar ook deels rust op open-source componenten. De Commissie pakt een flink probleem aan en heeft daarom hulp nodig om vervolgstappen te bedenken.
De feedbackperiode loopt van 6 januari tot 3 februari 2026. Belanghebbenden kunnen via een officiële consultatie hun visie delen op vijf vragen. Deze gaan over sterke en zwakke punten van de Europese open-source-sector, de toegevoegde waarde voor publieke en private organisaties, en concrete maatregelen op EU-niveau. Wat ons betreft laat dit zien hoe onvolwassen de plannen zijn, maar er moet een keer een aanzet tot actie zijn; wellicht is dat nu het geval.
Afhankelijkheid verminderen
De EU heeft eerder geïnvesteerd in open-source via het Next Generation Internet-initiatief, het FIWARE-framework en GenAI4EU. Mocht u zich afvragen hoe succesvol ze zijn: de EU ziet resultaten op basis van de investeringen, maar het moge duidelijk zijn dat ze niet een groot publiek bereikt hebben vooralsnog. Ook RISC-V-hardware en een open-source fundament voor “Software-Defined” auto’s onder de Chips Joint Undertaking kregen steun. Niets hiervan heeft echter geleid tot een werkelijke afname in de invloed vanuit Amerikaanse techspelers. Sterker nog, automotive en IoT zijn voor GPU-gigant Nvidia domeinen die het hoopt te domineren als een soort Android-equivalent. Zo ver zijn we nog niet, maar het risico tot Amerikaanse afhankelijkheid blijft zich verspreiden.
Op bestuurlijk niveau spreekt de Commissie van succesverhalen, zij het andermaal in beperkte mate. In verschillende EU-regio’s en lidstaten wint open-source binnen de overheid aan steun. Deelstaten en provincies in Denemarken, Duitsland en Frankrijk stappen bijvoorbeeld over naar LibreOffice of Linux vanuit respectivelijk Microsoft Office/Google Workspace of Windows. Toch ontbreekt het aan een bredere trend die niet alleen beleidsmakers, maar ook burgers meeneemt in de transitie. Het migreren naar Europese alternatieven vereist draagvlak, maar een bewustzijn van de risico’s van digitale afhankelijkheid is hooguit in een zeer vroeg stadium onder de Europese bevolking.
Conclusie: een voorzichtige eerste stap
De consultatie is, zoals gezegd, een voorzichtige eerste stap. De strategie moet op den duur acties voorstellen voor de volle open-source-lifecycle: van ontwikkeling tot onderhoud, duurzaamheid en marktintegratie. Maar concreter moeten er werkelijke softwareoplossingen verschijnen die idealiter open-source en Europees van aard zijn. We zien hierin nog niet een duidelijke roep om bijvoorbeeld het Europese SUSE te ondersteunen in plaats van Red Hat voor zakelijke Linux-distributies, of om massaal op Protons productiviteitssuite over te stappen in plaats van Googles of Microsofts aanbod. Tevens zou er bij AI een roep kunnen zijn om alternatieven als Mistral te adopteren in plaats van Claude, Gemini of ChatGPT.
De ambitie draait niet om specifieke opties die nu op tafel liggen. Dat kan op den duur wel het geval zijn, maar in haar zoektocht naar digitale afhankelijkheid zal de Europese Commissie willen voorkomen bestaande Europese grootmachten een concurrerend voordeel te geven. Het bewaken van competitie is immers één van de speerpunten van de Commissie in het moderne tijdperk. De drang om dit vol te houden is logisch, maar maakt de stappen hierna nog steeds lastig om voor te stellen. Welke bondgenoten neemt de EU mee in haar Big Tech-stop? Dat zou in een later stadium moeten worden gedefinieerd, anders blijft het bij dezelfde ideeën die de 2020-2023-strategie tot een vormloos geheel maakten.