De voor- en nadelen van virtualisatie

Stay tuned, abonneer!

Geef je je medewerkers een endpoint die aan hun noden voldoet of virtualiseer je hun desktopomgevingen toch liever in de cloud? Er zijn argumenten voor beide plannen van aanpak. We zetten ze op een rijtje.

Virtualisatie is niet nieuw. In de jaren ’80 draaide IBM al een virtualisatielaag over zijn grote mainframes in de voorloper van wat we nu hyperconverged infrastructuur noemen. Vandaag is de technologie echter volwassen, toegankelijk en betaalbaarder dan ooit. Dat betekent niet dat de toekomst louter virtueel is, wel dat je de absolute vrijheid hebt om workloads te virtualiseren wanneer dat opportuun is. Maar wanneer is dat het geval?

Eenvoudige endpoints

De voordelen van lokale endpoints zijn duidelijk. Wat je ziet, is wat je krijgt. Je selecteert toestellen die bij aankoop voldoen aan de noden van je medewerkers, probeert hun werklast voor de komende drie à vier jaar mee in rekening te nemen, en rolt ze uit. Ervan uitgaande dat je je werk goed hebt gedaan en budget geen probleem was, werkt iedereen met laptops, desktops en workstations die genoeg pk’s hebben om mensen hun job vlot te laten uitvoeren. Je verbindt de endpoints met je netwerk waar ook de (opslag)servers staan, maar workloads draaien lokaal en zijn dus niet onderhevig aan de kwaliteit van dat netwerk en eventuele latency die daarbij komt kijken.

Toch is een infrastructuur met lokale endpoints niet altijd de beste keuze. Aanvankelijk was beperkte rekenkracht een drijvende factor voor virtualisatie. Workstations zijn per definitie beperkt in welke hardware ze aan boord hebben en voor professionele workloads was dat niet altijd voldoende. Virtualisatie biedt hier een oplossing voor.

Meer rekenkracht

Door de workload van de lokale endpoint te verhuizen naar een server, open je plots een deur naar veel meer rekenkracht. Je kan je CAD-designers laten werken op wat in essentie HPC-systemen zijn. Een bijkomend immens voordeel is flexibiliteit. Blijkt de workstation van je designer een jaar na aankoop toch niet te voldoen, dan zit je in een lastig parket. Bij een gevirtualiseerde workload kan je de virtuele machine waar de designer op werkt flexibel meer rekenkracht, geheugen of opslag geven. Die on-the-fly provisionering is vandaag eenvoudiger dan ooit met partijen als VMware en Nutanix.

 

Een gevirtualiseerde workload kan je flexibel meer rekenkracht, geheugen of opslag geven.

 

Flexibiliteit in misschien het belangrijkste argument voor virtualisatie. Of je daarbij kiest voor een virtuele omgeving in de cloud, of on premises in het eigen datacenter, is daarbij eveneens steeds minder een factor. Fabrikanten zoals HPE en Lenovo bieden dezer dagen diensten aan waarbij zelfs on premises datacenters de flexibiliteit van een publieke cloud krijgen. Je kan er met andere woorden vanop aan dat medewerkers altijd de pk’s ter beschikking hebben die ze nodig hebben om hun job efficiënt uit te oefenen.

Managen vanuit de zetel

Vanuit een IT-standpunt is eenvoudig management dan weer een geweldig argument. Virtuele machines kan je onderhouden, troubleshooten en updaten vanachter een enkele console. Dat is een groot verschil met een complex laptop- en desktoppark dat onderhouden moet worden. Gebruikers werken op hun gevirtualiseerde omgeving via thin clients of zero clients.

 

lg 24CK550W
Een thin client kan je flexibel verwerken in andere toestellen. De LG 24CK550W combineert een monitor en thin client in één.

Dat zijn erg lichte computers die als enige doel in het leven hebben om terminal te spelen naar de serveromgeving toe. Onderhoud van die dingen is doodeenvoudig en bovendien zijn de hardwarevereisten minimaal, waardoor ze veel langer meegaan dan traditionele pc’s.

Veiligheid

Vergeet ook veiligheid niet. Een gevirtualiseerde omgeving valt beter te monitoren en te beveiligen dan een allegaartje van laptops en desktops. Beveiliging zit doorgaans ingebakken in de virtuele omgeving. Raakt er ooit toch een VM besmet, dan is het een stuk eenvoudiger om het probleem op te lossen en is de kans veel kleiner dat de infectie zich zal uitbreiden naar de rest van het netwerk.

 

Zelfs met een krachtige back-end kan een systeem log aanvoelen in gebruik, als het netwerk onvoldoende performant is om virtualisatie te ondersteunen.

Natuurlijk zijn er ook nadelen. De kwaliteit van de netwerkomgeving is bijvoorbeeld een cruciale factor in de beleving van de eindgebruiker. Je kan je CAD-designer of financieel analist gerust toegang geven tot een server met de rekenkracht van een kleine supercomputer, maar als het netwerk niet in orde is, zal latency zorgen voor een gebruikservaring die dichter aanleunt bij de netbooks van weleer. Virtualisatie kan tijd- en kostenbesparend werken, maar er gaat een minimuminvestering mee gepaard. Doe het goed, of doe het niet: niemand wordt gelukkig van een weinig responsieve omgeving.

Workloads verschillen

In je afweging om al dan niet te virtualiseren moet je dan ook de workloads analyseren. I/O-intensieve workloads zullen een grotere druk op het netwerk uitoefenen en zijn traditioneel eenvoudiger om lokaal te draaien. Wanneer iemand veel externe hardware moet aansluiten, zoals bijvoorbeeld externe harde schijven afkomstig van een videoshoot of ’s werelds eerste foto van een zwart gat, is een lokale workstation vaak ook handiger. Verder zijn er specifieke factoren zoals tijdssynchronisatie, die in het nadeel van virtualisatie kunnen pleiten. Tot slot kunnen ook je bestaande softwarelicenties roet in het eten gooien. Licentiemodellen voor gevirtualiseerde omgevingen worden al snel erg complex, dus bel zeker even met je vendor om te horen wat het beleid is.

In sommige situaties is virtualisatie dan weer vanzelfsprekend. Denk bijvoorbeeld aan schoolomgevingen waar je studenten toegang kan geven tot hun eigen VDI via thin of zero clients. We spraken hierboven geregeld over zwaardere workloads, maar eenvoudige kantoortaken draaien ook erg efficiënt virtueel. In dat geval is eenvoudig management de belangrijkste drijfveer.

Of virtualisatie voor jou de juiste oplossing is, zal uiteindelijk afhangen van het type workload waar je mee geconfronteerd wordt, de kwaliteit van het netwerk en de relevantie van een besparing op IT-management. Houd rekening met een initiële investering, waar later mooie opex-besparingen tegenover kunnen staan.

Gerelateerd: Thin client of zero client: wat is het verschil?