In Mexico heeft het Mexicaans insituut voor industrieel eigendom (IMPI) uitspraak gedaan in de zaak tussen iFone en Apple. Apple probeert al jaren het merk iPhone vast te leggen in Mexico maar zonder succes. Het telecombedrijf iFone bezit al sinds 2003 het merk iFone, ver voordat Apple de eerste iPhone op de markt bracht. De rechter heeft nu geoordeeld dat Apple de iPhone mag blijven verkopen, maar dat telecomproviders er niet langer voor mogen adverteren. Daarnaast lopen de providers het risico een reusachtige schadevergoeding te moeten betalen.

Het telecombedrijf iFone heeft rechtmatig het merk iFone in handen. Wel is er besloten dat Apple geen inbreuk maakt op het merkrecht omdat het bedrijf alleen hardware verkoopt en geen telecomdiensten. Dat geldt echter niet voor de drie grote telecomproviders van Mexico. America Movil, Lusacell en Telefonica verkopen de iPhone in combinatie met hun diensten, daarvoor mogen ze nu niet meer adverteren omdat dat wel een inbreuk is op het merk iFone. Als ze dat wel doen kunnen ze een boete tegemoet zien van ruim 75.000 euro.

Voor de drie Mexiaanse providers ligt er mogelijk nog een hele grote schadevergoeding te wachten. Door deze uitspraak kan iFone een civiele zaak starten en een schadevergoeding eisen. Volgens de Mexicaanse wet kan iFone 40 procent van de winst eisen die met de verkoop van iPhones is gemaakt door de providers. Iets wat kan leiden tot ontzettend hoge schadevergoedingen. Apple blijft ook hier buiten schot aangezien het geen telecomdiensten aan biedt.

Apple kan dus weliswaar gewoon iPhones blijven verkopen in Mexico maar de kans is zeer groot dat de providers hier nu mee gaan stoppen. Wat ongetwijfeld zal leiden tot minder iPhone-verkopen in Mexico.