Google Cloud komt met startup CPU boost om de prestaties van applicaties te optimaliseren. Applicaties moeten door het verbeteren van de opstarttijd sneller draaien.

Met de nieuwe functionaliteit startup CPU boost wil de cloudgigant dat rekentaken uitgevoerd worden met minder latency. Hierdoor worden deze applicaties sneller.

De functionaliteit richt zich hiervoor op de Google Cloud-diensten Cloud Run en Cloud Functions. De eerste dienst maakt het mogelijk software container applicaties op cloudinfrastructuur te draaien. Hiervoor zorgt de dienst voor het automatiseren van veel onderhoudstaken, zodat ontwikkelaars zich op belangrijkere zaken kunnen richten.

Cloud Functions is een serverless computingdienst die veel taken automatiseert voor software die op de Google Cloud-infrastructuur draait.

Opstarttijd verkorten

De startup CPU boost-technologie zorgt ervoor dat de opstarttijd van applicaties wordt verkort. Dit gebeurt met een meetgegeven dat de snelheid beïnvloedt waarmee een programma bepaalde rekentaken uitvoert.

Zakelijke applicaties bestaan meestal niet uit een enkel bestand, maar uit verschillende losse software modules. Iedere module draait in een aparte container. Applicaties zijn vaak zo geconfigureerd dat zij alleen die modules, wanneer nodig, opstarten. Vervolgens worden ze weer automatisch verwijderd, als ze niet langer worden gebruikt. Dit moet ervoor zorgen dat het gebruik van hardware wordt beperkt.

Het lanceren van een module kan echter veel tijd in beslag nemen en, totdat de taak is vervuld, kunnen verzoeken aan de applicatie daardoor langzamer worden verwerkt. Hierdoor kunnen gebruikers meer vertraging in het gebruik van de applicaties verwachten.

Functionaliteit startup CPU boost

De dienst startup CPU boost moet hier een einde aan maken. De dienst helpt de opstarttijd van de applicaties of de tijd die nodig is voor het lanceren van de modules, te verkorten. De eigenschap is nu als opt-in beschikbaar in de Google Cloud beheerconsole.

Als de functie aanstaat, detecteert deze wanneer een applicatie-module op het punt staat om te worden geactiveerd en stelt hiervoor extra CPU’s voor de betreffende cloud instance die de module draait beschikbaar. De extra processors zorgen ervoor dat de module sneller laadt en zo de vertraging voor gebruikers beperkt.

Hoeveel extra CPU’s worden toegewezen, hangt af van de configuratie van de cloudomgeving van de betreffende klant. Het gemiddelde aantal extra CPU’s dat wordt toegewezen voor het versnellen van de laadtijden van applicaties, ligt volgens de cloudgigant op tussen de twee en acht CPU’s.

Snelheid afhankelijk van codetaal

Google Cloud claimt dat de opstarttijd van applicaties met de dienst gemiddeld met de helft wordt verminderd. Wel geeft de techgigant hierbij aan dat er verschillen kunnen bestaan in opstarttijden afhankelijk van de gebruikte programmeertaal van de applicaties. Zo zijn applicaties die op Java zijn gebaseerd, vaak ietsje sneller dan die op bijvoorbeeld Node.js.