De Europese Commissie heeft maandag regels voorgesteld die datacenters in Europa verplichten hun energie- en waterefficiëntie openbaar te maken. Exploitanten van faciliteiten vanaf 500 kW moeten straks een EU-label voeren. Lidstaten en het Europees Parlement hebben twee maanden om bezwaar te maken.
Het voorstel komt op een moment dat de EU haar datacentercapaciteit fors wil opschalen. Binnen zeven jaar moet die capaciteit verdrievoudigen, onder meer om AI-ontwikkeling te ondersteunen en de afhankelijkheid van Amerikaanse Big Tech te verkleinen. De groei legt echter druk op elektriciteitsnetten, watervoorraden en CO2-uitstoot.
Wat het label wel en niet doet
De regeling legt geen limieten op aan energie- of waterverbruik. Ook hoeven datacenters hun totale stroomverbruik niet te publiceren. Wel moeten ze hun efficiëntie rapporteren via een door de EU ontworpen labelsysteem.
Daarnaast moeten operators aangeven hoe hun waterverbruik zich verhoudt tot waterstress in de omgeving en of ze diensten kunnen leveren aan het lokale energiesysteem, bijvoorbeeld door restwarmte te hergebruiken. Het label kan een voorloper worden van verplichte minimumnormen, waar de EU aan werkt.
Datacenters nemen nu ongeveer 2,5 procent van het Europese elektriciteitsverbruik voor hun rekening, aldus een EU-rapport uit juni. De capaciteit groeit naar verwachting van 12 gigawatt vorig jaar naar 28 GW in 2030.
Tip: AI-chipstartup Groq breidt uit met eerste Europese datacenter