NorthC ziet grote kansen voor inferencing in de regio en wil snel groeien

NorthC ziet grote kansen voor inferencing in de regio en wil snel groeien

Nu bouwen of wachten tot de adoptie komt? Dat is een van de kernvragen bij NorthC Datacenters rondom AI op het moment. Het antwoord van NorthC op deze vraag is echter overduidelijk. Het gaat vol overtuiging voor de eerste optie en wil hard groeien om zo een soevereine en regionale basis voor AI te kunnen bieden. We spraken over de plannen van NorthC met Alexandra Schless, de CEO van het bedrijf.

De ambities van NorthC waar we het in de inleiding over hebben zijn meer dan alleen woorden. Het bedrijf, dat de afgelopen jaren sowieso al hard is gegroeid van 10 naar 25, is recent in handen gekomen van investeerder Antin. Dat is niet voor niets gebeurd, horen we van Schless: “Wij willen hard groeien en de nieuwe investeerder heeft kapitaal beschikbaar.” NorthC kan nu dus gaan versnellen en investeren in nieuwe datacenters. Dat kunnen overnames van bestaande datacenters zijn, zoals de zes Colt-datacenters die het recent overnam, maar ook zeker nieuwbouw.

Schless realiseert zich dat datacenteraanbieders zoals NorthC een uitermate belangrijke rol spelen in de adoptie van AI. “Wij zijn de bouwers van datacenters”, geeft ze aan. Met andere woorden, NorthC staat aan de basis van de ambities die organisaties hebben op het gebied van AI maar hun workloads niet de regio willen laten verlaten. “We geloven in het nieuwe segment [de markt rondom AI, red.], dus we willen sneller bouwen en meer capaciteit hebben om aan de vraag te voldoen”, geeft Schless aan.

Inferencing is de motor

Schless verwacht dat een specifieke AI-workload een grote vlucht zal nemen, ook in de regio: inferencing. “Dat gaat het verschil maken”, stelt ze onomwonden. Het is in ieder geval zo dat voor het overgrote deel van de organisaties inferencing veel interessanter is dan het zelf trainen van AI-modellen. In de praktijk zullen inferencing-workloads veel meer impact hebben op de dagelijkse gang van zaken bij organisaties dan eventuele training-workloads. Denk hierbij aan de automatische beantwoording van vragen, real time analyses maken en het beoordelen van data om snel besluiten te kunnen nemen.

Inferencing is voor het grootste gedeelte realtime data die in getrainde modellen gestopt wordt. Zeg je realtime, dan zeg je ook al snel dat je de AI en de data zo dicht mogelijk bij elkaar wilt hebben. Latency speelt een belangrijke rol hier. Daarnaast is er vanzelfsprekend het soevereiniteitsvraagstuk dat voor veel organisaties belangrijker wordt. Dan is data naar de public cloud sturen geen optie. Alles in de public cloud hosten kan natuurlijk, maar dan zit je met soevereiniteit.

Let wel, het zal ook niet allemaal alleen maar om inferencing draaien. Zeker naarmate modellen kleiner worden en/of organisaties modellen willen en mogen gaan trainen met gevoelige data, zal er ook zeker training in datacenters van NorthC gaan plaatsvinden. Sterker nog, dat gebeurt al. We schreven een maand of tien geleden al over Juvoly, dat de eerste Nvidia DGX B200 in Nederland in een datacenter van NorthC in Rotterdam neerzette. Het ontwikkelt en host daar AI-modellen voor gebruik in de gezondheidszorg.

Twee sleutelwoorden: soeverein en regionaal

Schless ziet dat soevereiniteit een steeds grotere rol gaan spelen. “We wisten dat het een onderwerp is dat actueel is en we zien ook dat het een belangrijke factor is bij de keuze voor een datacenterpartner”, volgens haar. Dat is natuurlijk gunstig voor NorthC als Europees bedrijf. Daarnaast biedt de regionale benadering van NorthC in Nederland, Duitsland en Zwitserland de mogelijkheid om met regionale IT-partners een compleet ecosysteem van soevereine diensten aan te bieden aan haar klanten.

De termen regionaal en soeverein zijn sterk met elkaar verbonden uiteraard, maar Schless wil toch ook nog even de nadruk leggen op regionaal zonder de soevereine ondertonen. “Veel bedrijven willen een deel van de IT-omgeving zelf onder beheer hebben en dan is het fijn dat het datacenter in de buurt zit”, geeft ze aan. Dit is wellicht een heel basale reden, maar wel eentje die nog veel vaker speelt dan je wellicht zou denken. Het speelt in Nederland (Schless noemt specifiek de regio Eindhoven), maar nog veel meer in Duitsland en Zwitserland. Bedrijven in die landen hebben een nog veel regionalere instelling dan in Nederland.

Hoe weet NorthC wat het moet bouwen?

Schless verwacht dat inferencing binnen twee tot drie jaar een enorme vlucht zal nemen. Daar moet NorthC dus capaciteit voor hebben. Het datacenter van de toekomst gaat er echter wel wat anders uitzien dan nu het geval is. Het is dus niet alleen meer capaciteit.

Denk onder andere aan de vermogensdichtheid per rack. Die ziet Schless verschuiven van zo’n 4,5 tot 8 kW naar wel 30 50 kW per rack. Een dergelijke verschuiving brengt nieuwe eisen voor een datacenter met zich mee. Dat realiseert NorthC zich ook zeker. Inferencing is dan ook al meer dan theorie voor het bedrijf, horen we van Schless. De eerste use-cases zijn er al, geeft ze aan. En er lopen gesprekken met potentiële klanten die vanuit de inferencing-hoek komen. Het ontwerp voor nieuwe NorthC datacenters is volgens haar al volledig gebaseerd op de eisen die deze ontwikkeling met zich meebrengt

Modulair bouwen betekent flexibel bouwen

NorthC heeft vanzelfsprekend al een goed idee van hoe het datacenter van de toekomst eruit moet komen te zien. Toch zijn ook zij afhankelijk van wat enkele andere spelers in de markt ontwikkelen als het gaat om hoe ze hun datacenters bouwen. We spraken een tijdje geleden nog met iemand van Schneider Electric, die toegaf dat ze op het gebied van stroomvoorziening onverwacht een stap hebben moeten overslaan en van 400V DC meteen naar 800V DC moesten gaan.

Uiteraard is bovenstaand voorbeeld vrij specifiek en zit NorthC Datacenters net weer een stapje verder in de ontwikkelcyclus. Toch zal men ook daar onherroepelijk af en toe tegen zaken aanlopen bij het ontwikkelen van de eigen datacenters. De modulaire manier van bouwen die NorthC als een van de eigen basisprincipes heeft vastgelegd, biedt dan uitkomst. Denk hierbij onder andere aan de koeling van de datacenters. “We bouwen nu al datacenters die zowel liquid als air cooling kunnen doen”, geeft Schless aan ter illustratie. Bij het toevoegen van een nieuwe module aan een datacenter, kan die precies zo gebouwd worden als nodig is.

De olifant in de kamer is niet zo groot voor NorthC

We kunnen geen gesprek over datacenters voeren in 2025/2026 zonder het over AI te hebben, maar toch zeker ook niet zonder het over de energievoorziening voor de datacenters te hebben. Volgens Schless heeft de hele datacenterindustrie ermee te maken. “Er is echter wel een verschil tussen regio’s en landen. En omdat wij minder capaciteit aanvragen dan bijvoorbeeld de hyperscalers, zijn er voor ons nog steeds mogelijkheden in de verschillende regio’s. Daarnaast kunnen we in stappen groeien, want we bouwen modulair”, stelt ze. Wel roept ze de overheid en netbeheerders op om te blijven investeren en dit bij voorkeur ook aanzienlijk te versnellen.

Netcongestie is vooral een probleem in Nederland en bepaalde steden in Duitsland, nuanceert Schless het potentiële probleem voor NorthC nog wat verder. In Zwitserland is er volgens haar weinig congestie. “In Duitsland zullen we op de korte termijn de sterkste groei zien qua bouw van nieuwe datacenters. Dit is logisch, omdat men daar een digitale inhaalslag aan het maken is”, geeft ze aan. Daarnaast heeft vrijwel iedere regio in Duitsland een sterke economie, dus daar liggen veel mogelijkheden voor NorthC.

Tot slot is het op het gebied van energievoorziening nog interessant om te vermelden dat NorthC op dit moment aan het kijken is of het mogelijk is om rechtstreeks op een windpark aan te sluiten. Daarmee zou er meer hernieuwbare energie gebruikt kunnen worden.

De ideale mix voor de toekomst

We hebben het in ons gesprek met Schless en in dit artikel vooral over hoe NorthC van plan is datacenters te bouwen die de markt voor AI-inferencing kunnen bedienen. Met een aantal nieuwbouwprojecten in uitvoering in verschillende landen bevestigt ze dat het bedrijf klaar is voor de toekomstige vraag.

Bovenstaande betekent echter niet dat NorthC alleen maar datacenters bouwt voor de vraag vanuit de AI-markt. “We zullen altijd een diverse klantenbasis hebben”, in de woorden van Schless. Die bestaande klanten, die ruimte afnemen in de datacenters van NorthC voor allerlei workloads die niet per se iets van doen hebben met AI, zijn en blijven “core business” voor het bedrijf, stelt ze. “We willen de vele klanten die we hebben kunnen blijven bedienen.”

Met de huidige plannen voor de komende vijf tot tien jaar waar we het in dit artikel over hebben gehad, gekoppeld aan de solide basis die NorthC Datacenters sowieso al heeft, ziet de toekomst er voor het bedrijf goed uit.

Nu geldt dit momenteel voor vrijwel iedere speler in de datacenterbusiness natuurlijk, aangezien er zonder datacenters geen AI is of gebruikt kan worden. Op basis van de relatief snelle maar weloverwogen groei in een jaar of zes van 10 naar 25 datacenters in wat Schless fase 1 van het groeitraject van NorthC noemt, weten we dat het bedrijf niet terugdeinst voor de uitdagingen die erbij komen kijken. Wordt ongetwijfeld snel vervolgd.