Eén maand, dat is de periode waarin Intel en de Federal Trade Commission (FTC) hopen om tot een schikking te komen die de antitrustzaak van afgelopen december tegen Intel oplost. In de zaak, aangespannen door de FTC, wordt Intel beschuldigd van het aangaan van anti-competitieve tactieken door zijn dominante positie in de chipindustrie te gebruiken om concurrent AMD geen eerlijke toegang tot de markt te verlenen.

Advocaten van zowel Intel als de FTC hebben gisteren een motie voor uitstel tot 22 juli ingediend in een poging om de strijdbijl eerder te begraven. Ook zal Intel hiermee misschien wat geld kunnen besparen.

Intel zou zich volgens de FTC schuldig hebben gemaakt aan het ontwerpen van software die opzettelijk beter werkt op computers met Intel-processoren dan op die met een processor van de concurrent. Ook zouden ze fabrikanten hebben gedwongen om hun processoren te gebruiken en zouden ze hun prijzen hebben gemanipuleerd om de concurrent eruit te werken. Intel heeft zelf al in december aangegeven dat ze het niet eens zijn met de beschuldigingen van de FTC.

Een soortgelijke zaak in Europa eindigde in mei 2009 met een 1,06 miljard euro boete voor Intel dus het is logisch dat het bedrijf een soortgelijke uitkomst wilt vermijden met deze zaak. Intel houdt zijn mond over de voorgestelde schikking in de huidige zaak en zal waarschijnlijk pas reageren als er een uitkomst is.