De Nederlandse overheid zet voorlopig in op gerichte investeringen in AI-infrastructuur. De regering maakt wel geld vrij voor een AI-fabriek, maar nog niet voor grootschalige AI-gigafabrieken.
Dat blijkt uit een recente Kamerbrief van staatssecretaris Willemijn Aerdts, Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, die het kabinetsstandpunt over Europese plannen voor AI-rekenkracht uiteenzet.
De kern van het beleid is dat Nederland wil meebewegen in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, maar dit op een gefaseerde en financieel beheersbare manier doet. Zo investeert het kabinet samen met regionale en Europese partners in een AI-fabriek in Groningen. Daarmee wordt volgens de staatssecretaris een belangrijke basis gelegd voor onderzoek en innovatie, zonder direct te hoeven instappen in de zwaarste en duurste categorie van AI-infrastructuur.
Tegelijkertijd laat Nederland de deur voorlopig dicht voor deelname aan Europese AI-gigafabrieken. Lidstaten kregen de mogelijkheid om zich financieel te committeren aan gezamenlijke aanbestedingen van grootschalige rekenkracht, maar binnen de huidige begroting ziet het kabinet daar geen ruimte voor.
De staatssecretaris geeft aan dat dit betekent dat Nederland op dit moment geen publieke capaciteit reserveert binnen deze toekomstige faciliteiten. In plaats daarvan rekent het kabinet erop dat Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en overheden gebruik kunnen maken van AI-gigafabrieken die elders in Europa worden gerealiseerd, zodra deze beschikbaar zijn.
De keuze om niet in te stappen in AI-gigafabrieken is mede gebaseerd op eerdere adviezen, waaronder het rapport-Wennink. Daarin wordt gepleit voor een marktgedreven ontwikkeling van dit type infrastructuur. Het kabinet volgt die lijn en ziet voor zichzelf vooral een rol in het verbeteren van randvoorwaarden, zodat private partijen kunnen investeren en opereren binnen duidelijke kaders.
AI-gigafabrieken botsen met infrastructuur
Daarnaast spelen praktische beperkingen een belangrijke rol. Grootschalige AI-infrastructuur legt een zware druk op het elektriciteitsnet en vraagt om aanzienlijke ruimte. Nederland kampt al met netcongestie en ruimtelijke schaarste, waardoor nieuwe grootschalige projecten niet vanzelfsprekend inpasbaar zijn. Het kabinet benadrukt dat toekomstige ontwikkelingen zorgvuldig moeten worden afgestemd op deze beperkingen, met aandacht voor duurzaamheid en energie-efficiëntie.
Volgens staatssecretaris Willemijn Aerdts is het bovendien onzeker in hoeverre Nederlandse partijen op korte termijn behoefte hebben aan de extreme rekenkracht van AI-gigafabrieken. Deze faciliteiten zijn vooral bedoeld voor het trainen van de meest geavanceerde AI-modellen, terwijl veel toepassingen ook met kleinere infrastructuur kunnen worden uitgevoerd. Daarmee blijft het risico bestaan dat grote investeringen niet volledig benut worden.
In plaats daarvan kiest Nederland voor flexibiliteit. De overheid wil rekenkracht inkopen op het moment dat daar daadwerkelijk behoefte aan is, in plaats van capaciteit vooraf vast te leggen. Door wel 71 miljoen euro te investeren in een Groningse AI-fabriek, maar nog niet in AI-gigafabrieken, houdt het kabinet ruimte om later bij te sturen en tegelijkertijd aangesloten te blijven bij Europese ontwikkelingen.