“Veel investeerders in AI begrijpen niet waarin ze hun geld steken.” Dat stelt Hock Tan, CEO van chipfabrikant Broadcom. Volgens hem zijn de verwachtingen rond AI soms zo hooggespannen dat investeren erin meer wegheeft van gokken in een casino.
Tijdens een conferentie in Singapore uitte Tan kritiek op de investeringsgekte in de AI-sector. Volgens Bloomberg had hij vooral bedenkingen bij de levensvatbaarheid van bedrijven die AI-modellen ontwikkelen. Deze bedrijven investeren miljarden in chips, datacenters en het trainen van modellen. Winstgevendheid blijft echter uit.
Tan schetste dat OpenAI in september een omzet op jaarbasis van 50 miljard dollar bereikte. Dit wijst weliswaar op een veelbelovend verdienmodel, maar biedt geen garantie op toekomstige winst. De kosten voor het trainen van AI-modellen blijven immers hoog. Saillant detail: Broadcom werkt zelf nauw samen met OpenAI. De chipfabrikant ondersteunde OpenAI bij de ontwikkeling van een chip voor AI-inferentie.
Bedrijven verspillen geld aan experimenten
Tan toonde zich ook kritisch over het gebruik van AI binnen bedrijven. Volgens hem experimenteren veel bedrijven met AI zonder te weten wat die investeringen zullen opleveren. Ontwikkelaars van AI-modellen moeten meer klanten vinden die daadwerkelijk rendement halen uit de technologie. “Anders dreigt de groei van de sector te stagneren.”
Een andere uitdaging is de beschikbaarheid van kapitaal. Tan waarschuwde dat financiering weleens de belangrijkste beperkende factor voor verdere groei zou kunnen worden. Intel-topman Lip-Bu Tan (foto), die ook aan de discussie deelnam, was het daarmee eens. Volgens hem kijken investeerders steeds kritischer naar de kapitaalkosten en het rendement op AI-investeringen.
Chiptekorten duren nog lang
De beschikbaarheid van hardware blijft een probleem. Volgens SiliconANGLE verwacht Hock Tan dat de huidige chiptekorten rond 2028 of 2029 zullen afnemen. Toch zal de vraag naar rekenkracht tot 2030 volgens de topman groter blijven dan het beschikbare aanbod.
De topbestuurders gaven daarmee het beeld van een sector die niet alleen tegen technische grenzen aanloopt. Zelfs als de productiecapaciteit toeneemt, blijft de vraag of investeerders bereid zijn de enorme uitbreiding van de AI-infrastructuur te blijven financieren.