In een persmededeling heeft de Europese Commissie laten weten dat de Europese lidstaten en de game-industrie meer inspanningen moeten leveren om de verkoop van gewelddadige videospelletjes aan minderjarigen te verhinderen.

De commissie ijvert voor een verdere implementatie van het PEGI-systeem, dat op dit moment al in 20 van de 27 landen gebruikt wordt, ondanks de recentelijke kritiek die het systeem te verwerken kreeg. De Commissie wil dat alle lidstaten dit pan-Europese classificatiesysteem gebruiken en dringt er bij de producenten op aan om het systeem vaker te updaten en beter te promoten bij het grote publiek.

Uit een onderzoek van de Commissie waarin onderzocht werd hoe lidstaten omgaan met gewelddadige games, bleek dat in Luxemburg, Slovenië, Roemnië en Cyprus geen enkele omkadering voorhanden is. De overige lidstaten beschikken wel over een systeem, maar hoe dat werkt, varieert van lidstaat tot lidstaat. Tot dusver hebben vier landen (Duitsland, Groot-Brittannië, Ierland en Italië) de verkoop van spelletjes als "Manhunt" op hun markt verboden. Zover gaat de Commissie niet. "Jongeren afschermen van gewelddadige videogames is een illusie. We moeten hen weerbaarder maken en bewust leren omgaan met het fenomeen", reageert Europarlementslid Ivo Belet (CD&V) tevreden.