Er zit voor de Winklevoss-broers Cameron en Tyler niets anders op dan de schikking van 65 miljoen dollar in contanten en aandelen te accepteren. Dit heeft een Amerikaanse rechtbank besloten. De broers zijn echter van mening dat zij recht op meer hebben.

Het beroep was de laatste juridische mogelijkheid om de schikking aan te vechten. De rechtszaak tussen de partijen loopt al sinds 2004. De broers klaagde Zuckerberg aan omdat zij claimen dat Zuckerberg het idee van de gebroeders Winklevoss zou hebben gestolen. De broers zouden de profielensite ConnectU willen opzetten. Volgens de broers zou Zuckerberg hiervan hebben geweten en bewust Facebook hebben gelanceerd.

Mark Zuckerberg stelde een schikking voor om de zaak uit het nieuws te houden. Met de uitspraak van de rechtbank zijn de broer verplicht om de schikking van 65 miljoen dollar te accepteren. De waarde van Facebook is echter ruim 60 miljard dollar. Volgens de rechtbank komt er een tijd dat een partij moet erkennen dat de juridische mogelijkheden zijn uitgeput. Volgens een van de rechters is dit dat moment.

Mogelijk krijgt de zaak wel een nieuwe wending. Een man uit New York heeft een aanvullende aanklacht ingediend. Hierbij zou hij een email uit 2003 aanhalen waarin Zuckerberg schrijft dat hij snel zijn website zou moeten lanceren voordat "een stel oudere studenten" hun site kunnen lanceren. Met dit "stel oudere studenten" zou Zuckerberg de broers Cameron en Tyler Winklevoss bedoelen.