Intel heeft een zogenaamde class-action rechtszaak in de Verenigde Staten geschikt. In deze schikking is opgenomen dat alle Amerikanen die tussen 20 november 2000 en 31 december 2001 een pc met een Pentium 4-processor hebben gekocht in aanmerking komen voor een compensatie van 15 dollar. Daarnaast zal Intel 4 miljoen dollar overmaken aan educatieve non-profit organisaties.

Intel heeft deze class-action rechtszaak weten te schikken voor 4 miljoen dollar, plus 15 dollar voor elke claim die binnenkomt. Het bedrijf erkent echter geen schuld, als het dat zou doen is de kans groot dat het nog veel meer rechtszaken voor de kiezen krijgt.

Amerikanen hebben tot 15 april 2015 de tijd om een formulier in te vullen waarin ze claimen recht te hebben op de compensatie van 15 dollar. Hiervoor hoeven ze geen fysiek bewijs te overhandigen, wel moeten ze aangeven wanneer ze de computer met Pentium 4-processor ongeveer hebben aangeschaft en bij welke winkel.

Intel wordt ervan beticht de benchmarks die door veel gebruikers en media worden gebruikt om de prestaties te meten te hebben misleid. Hierdoor zou de Pentium 4-processor positiever uit de test komen ten opzichte van de AMD Athlon-processor. De concurrentie tussen Intel en AMD was in 2000 en 2001 een heel stuk groter dan nu nog het geval is, AMD was zelfs de bovenliggende partij op dat moment. Inmiddels is dat een heel ander verhaal, maar Intel zou destijds gesjoemeld hebben met de benchmarks, daarvoor betaalt het nu een compensatie.

Helaas is het een Amerikaanse class-action rechtszaak, dus alle Europeanen krijgen helemaal niets. Mocht je als Europeaan ook een compensatie willen ontvangen dan moet je naar de rechter stappen, maar makkelijk zal het niet worden. Deze Amerikaanse class-action rechtszaak heeft in totaal 10 jaar geduurd.