Nederland is een van de grootste broeivijvers voor techstartups, maar volgens McKinsey kan het beter. Het onderzoeksbureau onderzocht het potentieel van de Nederlandse markt. McKinsey concludeert dat Nederland wereldleider kan werden op het gebied van startups, mits de kansen van het landschap beter worden benut.

Volgens het onderzoeksbureau behoort Nederland tot de top vijf startuplanden van Europa. Op het gebied van waarde-creatie staan Nederlandse techstartups op de vierde plaats. De inkomsten en het potentie van de gemiddelde Nederlandse startup zijn uitzonderlijk goed.

Desalniettemin kan het beter. McKinsey analyseerde de Nederlandse markt om ruimte voor verbetering te vinden. Die ruimte is aanwezig. Het onderzoeksbureau van mening dat Nederland de potentie heeft om wereldleider te worden op het gebied van techstartups, maar enkele uitdagingen staan in de weg.

Perfect storm

Volgens het onderzoeksbureau heeft Europa de technologische race verloren van de Verenigde Staten. Het gemiddelde Amerikaanse bedrijf draait meer omzet, groeit sneller en investeert hogere bedragen in onderzoek. Nederland zou het tij kunnen keren, stelt McKinsey.

De omstandigheden zijn perfect. “Nederland staat aan de voet van de volgende golf van wereldwijde problemen, waaronder voedselonzekerheid, energietekorten, klimaatverandering en toegang tot gezondheidszorg”, beschreef het onderzoeksbureau. “De oplossingen voor deze uitdagingen liggen mogelijk in de volgende generatie van startups.”

McKinsey voegt toe dat het volledige potentieel niet wordt benut. Het huidige startuplandschap is goed voor ongeveer 100 miljard euro aan marktkapitalisatie. Dat bedrag kan volgens het onderzoeksbureau tegen 2030 stijgen naar 400 miljard euro. De grote vraag is hoe.

Verbeterpunten

Allereerst stelt McKinsey dat Nederlandse techstartups te weinig aandelenopties verdelen. Het verdelen van aandelen onder medewerkers is een manier om personeel te motiveren, vergelijkbaar met een financiële bonus. Het bijkomstige voordeel voor techstartups is dat medewerkers na de verkoop van het bedrijf een serieus bedrag ontvangen.

Dit bedrag kan medewerkers motiveren om zelf te ondernemen, aldus McKinsey. Aandelenopties voor startupmedewerkers leiden indirect tot de oprichting van nieuwe techstartups. Het onderzoeksbureau roept Nederland op om aandelenopties te stimuleren.

Ten tweede stelt McKinsey dat techstartups onvoldoende investeringen ontvangen van Nederlandse partijen. Volgens het onderzoeksbureau komt 78 procent van de totale investeringen uit het buitenland. Als gevolg belandt de waarde van een startup na de verkoop buiten de thuismarkt.

Tot slot stelt McKinsey dat startupmedewerkers onvoldoende bestaan uit ondervertegenwoordigde groepen, waaronder vrouwen, mensen met een praktische scholing, mensen in een oudere leeftijdscategorie en mensen met een niet-Westerse migratieachtergrond. Grotere vertegenwoordiging kan volgens het onderzoeksbureau leiden tot een groei van 35 tot 45 procent in het aantal startups.

Techleap

Techleap, een Nederlandse organisatie voor de stimulering van het startuplandschap, sluit zich aan bij de conclusies van McKinsey. Volgens de organisatie heeft Nederland een meer gecoördineerde aanpak nodig op het gebied van startups.

“Nederland heeft bijna alles in zich om een toonaangevende bijdrage te leveren aan de wereldwijde transities die op ons af komen”, zei Constantijn van Oranje, ambassadeur van Techleap. “Het potentieel is enorm, zoals dit rapport uitwijst, maar dat vertaalt zich niet zomaar in maatschappelijk, economisch en klimaat succes.”

“Met gerichte fiscale maatregelen kunnen investeringen aangejaagd worden, en meer welvaart onder de werknemers van succesvolle techondernemingen worden gedeeld. Door het aantrekkelijk te maken om medewerkers aandelen te geven zal het ook makkelijker zijn schaars talent aan te trekken en te behouden.”