In oktober zal er een onderzoek gestart worden naar internet- en telefoontaps geplaatst door Nederlandse opsporingsdiensten. De resultaten van het onderzoek zullen tegen het eind van 2011 gepresenteerd worden.

Dat schrijft minister Hirsch Ballin in een brief aan de Tweede Kamer, en voldoet hiermee aan de wens van een meerderheid van de Tweede Kamer.

Het onderzoek komt naar aanleiding van een publicatie waaruit bleek dat er in 2009 26.425 telefoonnummers zijn afgeluisterd, waarvan het in 90 procent van de gevallen ging om mobiele telefoons. Dit aantal ligt veel hoger dan in buurlanden en de Kamer vroeg dan ook om opheldering.

Op verzoek van de Kamer zal er in het onderzoek gekeken worden of mensen waarvan hun internet- of telefoonverkeer afgetapt is achteraf op de hoogte gesteld zijn. Dat is wettelijk verplicht. Uit het onderzoek moet tevens duidelijk worden hoe opsporingsdiensten te werk gaan, en op welke gronden een tapbevel gegeven kan worden.

Het ministerie van Justitie meet het aantal internettaps pas sinds 2010. Hirsch Ballin zei dat deze manier van ‘afluisteren’ naar verwachting de komende jaren zal toenemen.