Dat cybercrime lucratief kan zijn is natuurlijk niets nieuws onder de zon. Alle cybercriminelen wereldwijd verdienen gezamenlijk zo’n 280 miljard euro. Belgen blijken steeds vaker het slachtoffer te worden van deze cybercriminelen.

Dat schrijft de Belgische nieuwssite Het Laatste Nieuws op basis van een artikel uit het weekblad Knack. Volgens het artikel heeft cybercrime het afgelopen jaar meer opgeleverd dan 50 jaar internationale drugshandel bij elkaar opgeteld. De criminelen komen er vaak goed van af, omdat het misdrijf grotendeels ongezien gebeurt, of het bedrijf merkt het pas weken of maanden later op. In totaal wisten cybercriminelen ongeveer 280 miljard euro bij elkaar te stelen.

Steeds meer Belgen hebben last van deze cybercriminelen. De Federal Computer Crime Unit (FCCU) van de Belgische federale politie zegt dat meer dan 9.500 Belgen vorig jaar het slachtoffer waren van cybercrime. Bij een deel van de slachtoffers werden de inloggegevens misbruikt om bijvoorbeeld geld weg te sluizen van hun bankrekeningen of online aankopen te doen.

Daarnaast merken computerbeveiligers dat smartpones en tablets net zo virusgevoelig zijn als pc’s. "Eigenlijk zitten we, met die apps die naar een smartphone of een tablet kunnen worden gedownload, nu op hetzelfde punt als twintig jaar geleden met de opkomst van de Windows-pc", zegt Eddy Willems, beveiligingsspecialist bij softwarebedrijf G Data en woordvoerder van EICAR, een Europese beroepsvereniging voor beveiligingsexperts.

Eind vorig jaar stelde een rapport van Faber Organisatievernieuwing al vast dat de bestrijding van cybercrime aan verbetering toe is. Naast vernieuwde opsporingsmethodes is een internationaal gecoördineerde aanpak van groot belang.

De Europese Unie (EU) lijkt zich van het gevaar bewust. Afgelopen juni bereikten de EU-lidstaten overeenstemming om het schrijven van kwaadaardige hackerssoftware op Europees niveau strafbaar te stellen. Ook het onrechtmatig verkrijgen van data willen de lidstaten als misdrijf bestempelen. Het wetsvoorstel moet vooralsnog aan het Europees Parlement worden voorgelegd.