Opsporingsdiensten maken steeds vaker gebruikt van internettaps voor het opsporen van criminelen. Het aantal taps dat in dit jaar geplaatst is tot nu toe is reeds twee keer zo hoog als alle taps die vorig jaar geplaatst werden. Dat heeft de Stichting Nationale Beheersorganisatie Internet Providers (NBIP) bekendgemaakt.

Het is de eerste keer dat er cijfers over internettaps vrijgegeven worden. Dergelijke taps zijn omstreden, omdat providers sinds vorig jaar april opdraaien voor de kosten die gemaakt moeten worden voor de tap. De overheid biedt een vergoeding van 13,13 voor elke tap, terwijl een gemiddelde tap de providers bijna 9.500 euro kost. Providers kunnen de kosten die ze maken bovenop die 13,13 wel declareren bij de overheid, maar een dergelijke declaratie moet voorzien zijn van een accountantsverklaring. Omdat zo’n verklaring vaak nog duurder is dan de gemaakte kosten, dient bijna geen provider een declaratie in.

Providers moeten sinds 2001 verplicht meewerken aan het plaatsen van taps en uit de cijfers blijkt dat opsporingsdiensten de taps steeds vaker inzetten als opsporingsmiddel. In 2003 werden er zes taps geplaatst, in 2004 waren dat er al tien. Vorig jaar groeide dat aantal naar vijftien en dit jaar zijn er al 31 taps geplaatst. Taps blijven gemiddeld twee maanden staan, maar het is niet duidelijk of het opsporingsmiddel ook daadwerkelijk effectief is.

2003 2004 2005 2006
Aantal deelnemende providers 10 15 27 44
Geschat aantal eindgebruikers 750.000 800.000 1.000.000 1.500.000
Aantal tapmaanden 18 23 40 66
Begroting NBIP € 111.000 € 167.000 € 194.000 € 293.000
Gemiddelde bijdrage per deelnemer € 11.100 € 11.133 € 7.185 € 6.659
Per getapte gebruiker € 18.500 € 16.700 € 12.933 € 9.452
Per tapmaand € 6.167 € 7.261 € 4.850 € 4.439
Taptoeslag per eindgebruiker € 0,15 € 0,21 € 0,19 € 0,20