SUSE in de etalage: blijft de Linux-speler Europees?

SUSE in de etalage: blijft de Linux-speler Europees?

Het van origine Duitse SUSE is tegenwoordig in handen van Zweeds investeringsmaatschappij EQT en officieel gevestigd in Luxemburg. Een complexe, doch Europese aangelegenheid. Maar nu overweegt EQT SUSE te verkopen. Wacht een overname door een niet-Europees bedrijf en wat zouden de gevolgen zijn?

Soevereiniteit is een ‘hot topic’ en angst over Amerikaanse inmenging in de IT-infrastructuur van Europa is alomtegenwoordig. Technologie, complex als altijd, is juist een internationaal feestje. Ergens in de software supply chain zitten altijd niet-Europese bedrijven, zelfs als je gemakshalve open-source oplossingen meetelt als ‘soeverein’.

Linux is overal, maar welke?

Eén van de belangrijkste onderdelen in de softwarestack is het besturingssysteem. Voor de IT-netwerken achter de schermen is een Linux-distributie vrijwel altijd actief. Ondanks die uniforme adoptie blijft de nationaliteit van zo’n Linux-distributie tot nu toe bij soevereiniteitsdiscussies buiten schot. Onterecht, als je het ons vraagt, want je kunt pas van soevereiniteit of digitale autonomie spreken als je alle aspecten van je software supply chain op eigen kracht kunt voortzetten.

Dit is waar SUSE een belangrijke rol kan spelen. Als voornaamste uitdager van Red Hat biedt het ondersteuning voor menig Linux-distributie als OS voor kritieke IT-systemen. En, cruciaal voor de soevereine ambities: het is volledig Europees. In gesprek met Techzine stelde CEO Dirk-Peter van Leeuwen, een Nederlander, medio vorig jaar al dat SUSE als Europese speler een streepje voor heeft.

Tegelijkertijd stelde hij dat open-source ‘geen grenzen’ kent. Daar waar Red Hat sinds enkele jaren het eigen RHEL (Red Hat Enterprise Linux) heeft afgeschermd en open-source inperkt, kiest SUSE voor een benadering waarbij klanten in principe altijd van een samenwerking af kunnen stappen.

EQT kiest voor de grootste winst

SUSE was tussen 2021 en 2023 een beursgenoteerd bedrijf, maar daar kwam met de overname door EQT een eind aan. Zoals het een investeringsmaatschappij betaamt, aast EQT op een zo groot mogelijke winst bovenop de 2,72 miljard euro die SUSE waard was in 2023. Daarbij zal het wereldwijde kandidaten overwegen. Kijk alleen al naar Pioneer, dat afgelopen zomer in handen kwam van het Taiwanese Innolux.

In de jaren dat EQT de scepter zwaaide bij SUSE, is het bedrijf gegroeid. Het Nederlandse StackState (2024) en Losant (2026) uit de VS zijn de meest recente aanwinsten. Ook Rancher Labs, al sinds 2020 deel van SUSE, is Amerikaans, maar dat werd dus ruim vóór het vertrek van de beurs overgenomen. De Europese aard van SUSE is daarmee niet ondermijnd, maar het laat wel zien dat het bedrijf meer is dan een (op papier) Luxemburgse Linux-specialist. EQT kan daar nu een eind aan maken als het een bieder buiten Europa ontvangt.

6 miljard is hoge prijs

Samen met Londense investeringsbank Arma Partners kijkt EQT momenteel naar potentiële nieuwe eigenaren voor SUSE. Daarbij zou een prijskaartje van 6 miljard dollar (zo’n 5,5 miljard euro) bedacht zijn, vanzelfsprekend afhankelijk van de werkelijke biedingen die al dan niet komen.

Dat is een forse prijs, op zijn zachtst gezegd, zeker omdat Europese private equity nu eenmaal niet de financiële middelen heeft die in met name Amerika beschikbaar zijn. Dat maakt het waarschijnlijker dat SUSE evenmin Europees blijft als DigiD-beheerder Solvinity, waarover de ophef door de overname van het Amerikaanse Kyndryl nog lang niet voorbij is.

De soevereiniteit van een Linux-distributie is een technischer verhaal dan het beheer van DigiD. Veel mensen weten niet eens hoe afhankelijk de maatschappij is van enterprise Linux, in welke vorm dan ook.

Weinig alternatieven

Mocht SUSE in niet-Europese handen belanden, dan heeft het klanten al voorbereid op een migratie ervandaan. Dat is het voordeel van een open-source aanbieder waarbij alleen support betaald is. Eenieder die enkel Europese Linux-leveranciers wil overwegen, kan dan elders kijken. Maar waar? De enige grote Europese speler, bevindt zich buiten de EU. Canonical, maker van Ubuntu, is de meest voor de hand liggende ‘soevereine’ optie die zonder SUSE als aanbieder van LTS-, IoT- en workstation-geschikte Linux-distributies geldt.

Het is daarom mogelijk dat een niet-Europese koper een blokkade ondervindt bij EU-autoriteiten. Dat is echter allerminst zeker. We weten niet in hoeverre Europese regelgevers zich bewust zijn van de kritieke rol die SUSE speelt als enige grootschalige enterprise Linux-vendor binnen de EU. Vooralsnog lijken discussies omtrent soevereiniteit de nuance te missen dat er altijd een niet-Europees component in een IT-stack zit. Immers kan SUSE Europees blijven, maar draait elk datacenter binnen Europa nog altijd op niet-Europese chips, servers en netwerkapparatuur. Hoezeer dat een probleem is, geldt als hamvraag voor de kwestie van IT-soevereiniteit.

Lees ook: SUSE wordt mogelijk opnieuw verkocht