Tegenover de NOS vertelt het Openbaar Ministerie dat het steeds meer last heeft van versleutelde berichtendiensten. Het gevolg daarvan is dat versleutelde informatie die soms cruciaal is voor het oplossen van misdrijven of het volgen van verdachten, steeds minder makkelijk ontcijferd kan worden.

Dit vertelde officier van justitie Martijn Egberts tegenover de NOS. Het OM wil volgens hem graag de sleutels in handen krijgen, zodat het alsnog toegang krijgt tot versleutelde informatie. Daarvoor zou dan om te beginnen een rechterlijk bevel moeten worden verstrekt en zullen veel diensten hun encryptie moeten aanpassen. Diensten zoals WhatsApp, die hun berichten versleutelen, stellen dat het ontcijferen van berichten onmogelijk is, behalve voor de verzender en ontvanger.

Het grootste probleem is de end-to-end encryptie. Dat houdt in dat een bericht op het apparaat van de verzender versleuteld wordt en daarna via de servers van de berichtendienst verzonden. Daardoor kunnen enkel de ontvanger en verzender de berichten lezen. Het voordeel daarvan is dat het moeilijker is voor hackers en andere mensen om toegang te krijgen tot privéinformatie.

Het Openbaar Ministerie ziet daar volgens Egberts heus wel het voordeel van in. Het enige pijnpunt is dat onderzoeken soms moeizaam verlopen door encryptie. Niet alleen het OM lijkt daar last van te hebben, ook inlichtingendiensten hebben hier problemen mee en de politie ook.

Verschillende overheden vragen dan ook om het inbouwen van een achterdeur, maar daar is veel kritiek op. Die achterdeurtjes kunnen immers ook door kwaadwillende partijen misbruikt worden om alsnog toegang te krijgen tot de informatie. Ook het Nederlands kabinet ziet de problemen, maar is geen voorstander van het afzwakken van de encryptie. Tegelijk wil men wel een mogelijkheid hebben om informatie van verdachten te kunnen ontcijferen.