Providers laten elkaar ook onderling betalen voor de doorgifte van de gesprekken. Het tarief wat de providers momenteel onderling rekenen is 2,7 cent per minuut en wordt volgend jaar 2,4 cent per minuut. De OPTA wilde dit tarief echter verder verlagen naar 1,2 cent per minuut.

Het idee van de OPTA achter de lagere tarieven is dat het concurrentie bevordert, zeker voor nieuwe spelers in de markt van mobiele telefonie. Het gaat dus om het tarief wat providers elkaar onderling rekenen. Bijvoorbeeld als een Vodafone klant naar een KPN klant belt dan moet Vodafone doorgifte kosten betalen aan KPN. Dat komt omdat Vodafone op dat moment de enige is die aan het gesprek verdient, want de beller betaald en niet degene die gebeld wordt.

Volgend jaar gaan Ziggo en UPC gezamenlijk starten met de uitrol van een mobiel netwerk. De eerste frequentie licentie hebben deze partijen al samen binnengehaald en volgend jaar vindt er wederom een veiling plaats voor meer frequenties. De overheid en de OPTA hoopt dat meer commerciële bedrijven interesse hebben om een mobiel netwerk uit te rollen want dat bevordert de concurrentie.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven is het niet eens met de beslissing van de OPTA en heeft de verlaging naar 1,2 cent per minuut van tafel geveegd na een klacht van verschillende providers. Volgens het College is de tariefsverlaging te groot en te drastisch.

Een uitspraak van het Collega is definitief en kan niet worden aangevochten door de OPTA waardoor het nieuwe tarief dus 2,4 cent per minuut zal zijn. Een verlaging van 0,3 cent per minuut, iets wat de OPTA duidelijk te weinig vindt. Zij zijn van mening dat de providers het tarief expres kunstmatig hoog houden, waardoor het voor nieuwkomers een dure aangelegenheid is om actief te worden op de mobiele markt.