2min

Meta trekt in de eerste helft van 2026 de stekker uit Workplace. De techgigant wil zich naar eigen zeggen meer toeleggen op AI- en metaverse-oplossingen, die de werkplek moeten veranderen.

Dat blijkt uit een memo aan gebruikers, schrijft TechCrunch. De dienst zal in drie fases worden beëindigd. Vanaf 1 september 2024 worden de kosten voor het platform met de helft teruggebracht. Vervolgens is het vanaf 25 augustus 2025 nog alleen mogelijk de berichten op het platform te lezen, maar geen nieuwe toe te voegen. In mei 2026 gaat de stekker er definitief uit.

Als alternatief geeft Meta aan dat gebruikers van Workplace kunnen migreren naar het Workvivo-platform van partner Zoom.

Specifieke redenen voor het stopzetten van Workplace geeft Meta niet. Wel meldt de techgigant dat in plaats van het in de lucht houden van het zakelijke communicatieplatform, het zich meer wil gaan richten op het ontwikkelen van AI- en metaverse-mogelijkheden voor de werkplek. Meta gelooft zelf dat deze nieuwe features binnenkort de werkplek voor altijd gaan veranderen.

Een eerdere mogelijke spinoff van de Meta-divisie die Workplace heeft ontwikkeld en beheert in een zelfstandig bedrijf na de pandemie, zou ook nooit aansluiting hebben gevonden. Op dit moment zou Meta Workplace ongeveer 7 miljoen eindgebruikers hebben. Wel zou het aantal gebruikers van de tool sinds het einde van de pandemie flink zijn afgenomen.

Slack-concurrent

Meta introduceerde het betaalde Workplace in 2015. De tool is een zakelijke variant van Facebook, maar verpakt in een zakelijk communicatieplatform. Dit platform beschikt over dezelfde functionaliteit als het toen nog zelfstandige Slack, maar dan met een Facebook-saus.

Smartphonescherm met de app "Workplace" met een melding over een CEO Town Hall-evenement op 30 april. Er zijn ook verschillende groepspictogrammen zichtbaar.

Workplace beschikt over een simpele interface die is gebaseerd op die van Facebook. Gebruikers kunnen posts van collega’s in een centrale feed zien, kunnen hier commentaar aan toevoegen en ook onderwerpspecifieke groepen aanmaken.