min

Tags in dit artikel

, , ,

Eén op de vier werknemers die over zowel een pc op kantoor als thuis beschikt, geeft toe wel eens software van de zaak op de privé-computer te installeren. Vooral computergebruikers van kleine bedrijven maken zich hier schuldig aan. Dat blijkt uit een tweemaandelijks onderzoek van adviesbureau Ernst & Young dat gericht is op de informatie- en communicatiebranche. Volgens Jacob Verschuur van Ernst & Young is illegaal kopiëren niet alleen een mentaliteitskwestie: "De licentievoorwaarden blinken niet uit in duidelijkheid en eenduidigheid. Het blijkt dat er tal van varianten bestaan, en wie kent die nu, liefst vóór aankoop? Microsoft hanteert bijvoorbeeld al langer als licentievoorwaarde dat gebruikers van een vaste pc op het werk de software ook mogen installeren op een laptop, onder de conditie dat het één en dezelfde gebruiker betreft. Je moet het maar weten."

Volgens het onderzoek zeggen de ondervraagden goed op de hoogte zijn van de copyright rechten op software. In de praktijk lopen de licentievoorwaarden evenwel sterk uiteen. Slechts tien procent van de werknemers denkt bijvoorbeeld dat het programma MS Word met één licentie zowel op het werk als thuis mag worden geïnstalleerd. In een toenemend aantal gevallen is met een zogenaamde ‘work-at-home licentie’ een thuiskopie voor dezelfde gebruiker inderdaad toegestaan. Verlaging van de softwareprijzen wordt door zeven van de tien professionele ICT’ers gezien als het belangrijkste middel om illegaal gebruik van software tegen te gaan. Een ander oplossing die in het onderzoek wordt genoemd is effectieve bescherming van de software tegen kopiëren.