Europese maatregelen om de afhankelijkheid van buitenlandse technologie te verminderen, zetten de internationale concurrentiepositie van Europese bedrijven onder druk. Daarvoor waarschuwt Artūrs Alksnis, VP Public Policy bij Proximus Global. “Digitale soevereiniteit zadelt internationaal opererende ondernemingen op met extra complexiteit en hogere kosten.”
Tijdens de Techritory-conferentie in Riga liet Alksnis zich bijzonder kritisch uit over het streven van Europese landen naar technologische onafhankelijkheid. De EU ziet het verminderen van afhankelijkheden van niet-Europese technologiebedrijven als een strategische prioriteit. “Voor ondernemingen die wereldwijd actief zijn, zoals Proximus, zorgt dat voor uitdagingen.” Volgens Alksnis vergissen Europeanen zich als ze het continent beschouwen als een grote markt. “Vanuit mondiaal perspectief is het slechts één van de markten.”
Proximus Global, onderdeel van de Belgische Proximus Group, is internationaal actief op het gebied van roaming, communicatie en digitale identiteit. “We werken dagelijks samen binnen een uitgebreid netwerk van partners en leveranciers in een groot aantal landen.” Die internationale verwevenheid is volgens de topman geen ongewenste afhankelijkheid. “Integendeel: het is een essentieel onderdeel van ons bedrijfsmodel.”
Kosten en complexiteit
Alksnis ziet daarom in de Europese plannen relatief weinig nieuwe zakelijke kansen. “Als we intern, of met partners, over onafhankelijkheid praten, dan benoemen we vooral de complexiteit die dat streven met zich meebrengt.”
Internationaal opererende bedrijven moeten al voldoen aan een brede waaier van nationale wetten en voorschriften. Aanvullende Europese eisen zullen die situatie verder compliceren, is de overtuiging van Alksnis. “Dan moeten we dus zorgvuldig afwegen welke investeringen nodig zijn om aan soevereiniteitseisen te voldoen en of die eisen ook commercieel haalbaar zijn.” Volgens Alksnis bestaat het risico dat maatregelen die Europese technologiebedrijven zouden moeten versterken, in de praktijk juist een hindernis zullen zijn.
Wereldwijde concurrentiekracht
Alksnis vraagt zich daarnaast af of het succes van Europese digitale soevereiniteit uitsluitend moet worden afgemeten aan het gebruik van Europese technologie binnen de EU. “Volgens mij is het belangrijker dat Europese ondernemingen internationaal concurrerend blijven. En zelfs als we willen dat grote Europese spelers op wereldschaal concurrerend zijn, bereiken we dat niet door ons uitsluitend op Europa te richten.”
Hij wees daarbij op markten als India en China, die op het gebied van connectiviteit aanzienlijk groter zijn dan de Europese markt. “Ja, Europese bedrijven hebben een sterke thuismarkt nodig, maar moeten zeker ook toegang houden tot internationale klanten, technologie en samenwerkingsverbanden.”
De praktische gevolgen van nieuwe Europese eisen spelen volgens Alksnis nu al een rol bij strategische afwegingen. “Wij besteden al veel tijd aan het beoordelen van leveranciers en de consequenties van toekomstige soevereiniteitsverplichtingen.” Daarbij rijst volgens hem de vraag of het voor een internationaal bedrijf altijd aantrekkelijk blijft om in specifieke Europese oplossingen te investeren, of dat het zich beter op andere internationale markten kan richten.
Zijn boodschap is daarmee niet dat Europa zijn ambities rond digitale soevereiniteit moet opgeven. “Ik wil er wel op wijzen dat technologische autonomie en internationale concurrentiekracht niet altijd samengaan. Europese beleidsmakers moeten bij het vaststellen van nieuwe eisen echt rekening houden met bedrijven die hun positie juist aan wereldwijde samenwerking danken.”
Proximus betrokken bij technologische soevereiniteit
Ondanks de kritiek van Alksnis is Proximus zelf nauw betrokken bij Europese initiatieven rond technologische soevereiniteit, waaronder sovereign cloud. Techzine schreef daar eerder over. Het bedrijfsonderdeel Proximus NXT onthulde in maart vorig jaar in samenwerking met Clarence de eerste ‘disconnected cloud’ van Europa. De cloud is volledig Europees en bereikt daarmee het hoogste niveau van digitale soevereiniteit.
In april van dit jaar werd Proximus, samen met drie andere leveranciers, door de Europese Commissie geselecteerd als partner binnen een raamovereenkomst met een looptijd van zes jaar voor de levering van soevereine clouddiensten aan Europese instellingen en agentschappen.
Proximus noemde dit in een persbericht “een belangrijke stap in de richting van Europese digitale autonomie. Het biedt een veilige, schaalbare, compatibele en veerkrachtige basis die is afgestemd op de regelgevende behoeften van Europa.”