Nadat The New York Times gisteren bekendmaakte dat het werd aangevallen door Chinese hackers, doet vandaag ook het The Wall Street Journal (WSJ) verslag van infiltratie door dezelfde groep. De inbrekers worden in verband gebracht met de Chinese overheid en zouden het dagblad monitoren, met het oog op artikelen over China.

De infiltratie van WSJ’s publicatiesysteem is onder ander uitgevoerd via een bureau in Beijing. Specifieke datums of tijdstippen zijn niet genoemd. De hackers hebben een brede toegang tot het netwerk, maar welke informatie precies bekeken is blijft onbekend. De krant zegt de beveiliging van het netwerk recent geupdated te hebben, maar dat databeveiliging een blijvend probleem is.

Chinese cyberspionage in grote Amerikaanse kranten is al jarenlang een issue, zo zeggen verschillende mensen bekend met het probleem. Het hacken van computers van verslaggevers zou China helpen informatie in te winnen en bronnen (lekken) te identificeren. De Chinese overheid heeft in het verleden burgers gestraft voor het doorspelen van informatie aan buitenlandse journalisten.

Contact met Chinese bronnen verslechterde na het delen van identificeerbare informatie via e-mail, zo meldt het WSJ. Westerse journalisten gaan er echter al lang van uit dat Chinese autoriteiten hun gedrag monitoren en ingrijpen bij gevoelige onderwerpen.


Onderzoek van de FBI wijst uit dat de infiltratie grotendeels is uitgevoerd door dezelfde groep, die zich met volharding focust op grote media-organisaties.

De FBI onderzoekt de inbraken al meer dan een jaar en ziet het als een bedreiging voor de nationale veiligheid. Het bureau ziet de incidenten als deel van een plan voor de lange termijn, om de veiligheid van grote bedrijven in de Verenigde Staten te ondermijnen, zo schrijft het WSJ.

Volgens Richard Bejtlich, hoofd van de beveiligingsafdeling van het computerbeveiligingsbedrijf Mandiant Corp., zijn de hacks onderdeel van een groter plaatje, waarin China wil weten wat het Westen denkt over het land, welke verhalen ze gaan publiceren en waar de informatie vandaan komt. De infiltratie zou dus geen poging zijn valse informatie te verspreiden of commercieel voordeel te behalen.

China veroordeelt de claims van de Amerikaanse media. Woordvoerder Geng Shuang noemt het beschuldigen "onverantwoordelijk", aangezien de kranten geen solide bewijs hebben voor de link naar de overheid. Shuang laat weten dat China cyberaanvallen verbiedt en doet wat het kan om de praktijken te bestrijden.

Woordvoerder van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken Hong Lei bevestigt het standpunt van Shuang. "Cyberaanvallen zijn transnationaal en anoniem. Het is erg moeilijk om de bron van een aanval te achterhalen," zegt Lei. "Aannames doen op basis van speculatie is onverantwoord en niet professioneel."