De meeste Amerikaanse bedrijven zeggen dat er weinig verschil in kosten is voor het onderhouden van een computernetwerk op basis van Windows en een netwerk op basis van Linux. Dat is gebleken uit een onafhankelijk onderzoek van de Yankee Group waarvan de resultaten gisteren bekend zijn gemaakt.

Volgens analyst Laura DiDio van de Yankee Group worden de kosten vooral bepaald door de tijd die het kost om applicaties voor het besturingssysteem te ontwikkelen en de beveiligen van de servers. De meeste bedrijven waren daarom zeer te spreken over Microsoft’s Visual Studio waarmee bedrijven hun eigen applicatie’s kunnen ontwikkelen.

In het onderzoek gaf 88 procent van de ondervraagden aan dat de kwaliteit, prestaties en betrouwbaarheid van Windows gelijk of beter waren dan die van Linux.
Linux en Microsoft zijn de laatste jaren in een strijd verwikkeld om de gunst van de consument, maar ook die van het bedrijfsleven. Duidelijk is wel dat deze strijd ten koste gaat van het door Sun Microsystems ontwikkelde Unix, dat in de jaren 90 een populair besturingssysteem was.

Volgens de onderzoekers nemen bedrijven zelden de stap om geheel over te stappen naar een nieuw besturingssysteem. In plaats daarvan gebruiken de bedrijven beide systemen naast elkaar om zo van de voordelen van beide systemen gebruik te kunnen maken en daarmee de functionaliteit van het netwerk te vergroten.
De onderzoekers vinden ook dat bedrijven hun kosten voor het beheren van hun netwerken beter moeten monitoren. Een goede administratie maakt het voor bedrijven makkelijker om de voordelen en kosten van Linux en Windows met elkaar te vergelijken.

Verder blijkt ook uit het onderzoek dat bedrijven waardering hebben voor het feit dat Microsoft besloten heeft maandelijks nieuwe updates uit te geven en meer te doen aan de veiligheid van haar besturingssystemen. De bedrijven gaven Microsoft gemiddeld een 7,6 voor veiligheid. In een vergelijkbaar onderzoek vorig jaar kwam Microsoft er nog slecht vanaf met een 3,8.
De waardering voor de veiligheid van Linux bleef met een gemiddelde van 8,3 nagenoeg onveranderd.