Privacy Shield data-uitwisselingsdiscussie gestart tussen EU en de VS

Abonneer je gratis op Techzine!

Het privacyverdrag Privacy Shield is in juli 2020 onrechtmatig verklaard. Dit heeft enorme invloed op de juridische zekerheid van diverse bedrijven. Europa en de Verenigde Staten zijn inmiddels begonnen met gesprekken over een opvolger.

Het idee van de overeenkomst is dat data-uitwisseling tussen de EU en de VS op een legale basis is. Het obstakel waar de overeenkomst tegenaan loopt is dat het moet voldoen aan de privacyregels van de Europese wet- en regelgeving. Dit is wet- en regelgeving die enorm anders in elkaar zit dan die van Amerika.

Data-uitwisseling

Dat is namelijk waar de eerdere overeenkomst ongeldig door werd verklaard. Deze was in strijd met de privacyregels en zelfs mensenrechtenwetten binnen de EU. Europa is bang dat Amerika teveel macht krijgt in het kunnen controleren van Europese burgers, waaronder het verzamelen van data van mensen.

Privacy Shield werd echter door veel bedrijven ingezet. Meer dan 5.500 bedrijven tekenden voor het Privacy Shield, waaronder grote organisaties als Amazon en Microsoft. Juist voor die bedrijven is het belangrijk om data te delen tussen de twee continenten.

Ongeldig verklaard

Al meerdere malen werden dit soort overeenkomsten door het Europese rechtsapparaat ongeldig verklaard, dus er moet een nieuwe, waterdichte overeenkomst komen. Het is essentieel dat de data van Europese burgers en Amerikaanse burgers veilig wordt gesteld. Vanwege de Patriot Act zijn er juist bij de Europese kant van dit verhaal zorgen: Europese burgers willen niet dat hun data onrechtmatig wordt gebruikt door de Amerikaanse overheid of CIA, zo schrijft ComputerWeekly.

Het is de vraag of zo’n nieuwe overeenkomst haalbaar is. Eduardo Ustaran van het advocatenkantoor Hogan Lovells denkt dat het niet onmogelijk is. “Ondanks de scepsis hierover, denk ik dat het nog steeds haalbaar is om te proberen het concept te laten werken. Uit het arrest van het Europese Hof van Justitie blijkt duidelijk dat twee kwesties moeten worden aangepakt: de controle op toezichtbevoegdheden en de beschikbaarheid van effectieve rechtsmiddelen voor individuen.”