Volgens de Wall Street Journal hebben Microsoft, Meta, Amazon en Alphabet (moederbedrijf Google) de markt voor onderzeekabels veroverd. Voor 2012 gebruikten de organisaties minder dan 10 procent van alle onderzeekabels wereldwijd. Vandaag de dag piekt het aandeel op 66 procent.

Landen aan de kust van de Stille Oceaan en Atlantische Oceaan staan in verbinding dankzij een netwerk van onderzeekabels. Analisten van TeleGeography (telecom-onderzoeker) voorspellen dat Microsoft, Meta, Amazon en Alphabet in de komende drie jaar de grootste aandeelhouders van het netwerk worden.

In 2010 waren de organisaties eigenaar van een enkele onderzeekabel tussen Japan en de VS. Naar verwachting wordt de groep tussen nu en 2024 eigenaar van meer dan 30 langeafstandskabels voor de verbinding van elk wereldwijd continent — op Antarctica na.

Traditionele providers van onderzeekabels zijn argwanend. Hun houding is begrijpelijk. De vraag is of we moeten willen dat ’s werelds grootste technologiebedrijven eigenaar worden van de infrastructuur waarop hun diensten worden verleend.

Misinformatie

Het aanleggen van onderzeekabels kost enorm veel geld. Onderzeenetwerken zijn origine weggelegd voor overheden en landelijke telecomorganisaties. Vandaag de dag hebben big tech-bedrijven meer dan voldoende middelen om zich op de markt te wagen.

Volgens de Wall Street Journal pompten Microsoft, Alphabet, Meta en Amazon in 2020 meer dan 90 miljard dollar (79 miljard euro) in het onderhoud van fabrieken, vastgoed en apparatuur. Een deel van het geld werd besteed aan onderzeekabels.

Volgens de organisaties zijn de investeringen bedoeld voor het verbeteren van verbindingen in lastig bereikbare locaties als Afrika en Zuidoost-Azië. Volgens Timothy Stronge, Vice President of Research bij TeleGeography, is dat niet het volledige verhaal.

Stronge vertelt tegen de Wall Street Journal dat de organisaties gigantische kosten maakten aan het leasen van onderzeekabels. Het kopen van kabels pakt voordeliger uit. De kosten van traditionele providers vervallen en bandbreedte blijft stromen.

De strategie

Meta, een van de groeiende spelers, deelt onderzeekabels met concurrenten en partners. Kevin Salvadori, VP of Network Infrastructure bij Meta, bevestigt dat Microsoft en Meta elkaars capaciteit gebruiken. Tegelijkertijd reserveert Meta een deel van de capaciteit voor traditionele netwerkeigenaren als Telxius.

Volgens de Wall Street Journal behoort het laatste tot een strategie. Door netwerkcapaciteit voor een fluit weg te geven, kan een netwerkeigenaar als Meta het label van een ‘provider’ vermijden. Zonder dat label hoeft de organisatie geen rekening te houden met de richtlijnen en regelgevingen die voor providers zijn bedoeld.

Het probleem

Uiteindelijk zitten traditionele onderzeeproviders met het probleem. Microsoft, Alphabet, Meta en Amazon hoeven geen winst te draaien op het leasen van hun kabels. Het besparen van kosten is genoeg. Om zonder de regelgeving voor providers te kunnen opereren, wordt netwerkcapaciteit onderling gedeeld. De marges voor traditionele providers — waaronder NEC, ASN en SubCom — verdwijnen.

“Het nieuws is weinig meer dan een bevestiging van de voorrangspositie van big tech”, vertelt Joshua Meltzer, onderzoeker bij Brookings Institution, tegen de Wall Street Journal. “Zij kunnen hun diensten steeds goedkoper leveren. Uiteindelijk zorgen de investeringen ervoor dat de organisaties nog dominanter worden. De kloof tussen big tech en concurrenten verbreedt.”