Full-stack AI klinkt leuk, de realiteit van IT-omgevingen is complexer

Full-stack AI klinkt leuk, de realiteit van IT-omgevingen is complexer

IT-vendoren kiezen er regelmatig voor om een oplossing te leveren als ‘full-stack AI’, soms aangevuld met termen als ‘enterprise-ready’ of ’turnkey’ om extra te charmeren. Wat houdt dat concreet in en hoe past dat in bestaande IT-infrastructuren? En wat kan AI betekenen binnen dat IT-domein? Techzine sprak hierover tijdens SUSECON 2026 met Francisco Perez van der Oord, oprichter en president van ITQ, IT-dienstverlener voor circa 500 Europese organisaties.

In praktische zin is een AI-stack of ‘AI Factory’ veelal een optelsom. Afhankelijk van de IT-vendor is het een oplossing om AI-functionaliteit toe te voegen aan de bestaande infrastructuur, of een tool om een kant-en-klare AI-omgeving te bouwen waar de huidige IT-systemen op aanhaken. De theorie klinkt logisch en coherent, maar we zijn benieuwd hoe een partij die IT-systemen van vooraanstaande klanten realiseert, de praktijk ervan ervaart.

Het droombeeld

ITQ geldt als een van de zeldzame Pinnacle Partners voor VMware in Europa, maar werkt ook uitvoerig met partijen als Omnissa (voormalig VMware EUC), SUSE, Red Hat en de drie grote hyperscalers. Met andere woorden: klanten kunnen bij het bedrijf terecht om hun IT-infrastructuren in alle soorten en maten in te richten of te moderniseren. En variëteit is er zeker, geeft Perez van der Oord aan. Zelfs Nederlandse gemeenten die praktisch identieke IT-vereisten hebben, kiezen voor sterk uiteenlopende oplossingen. Voor ITQ is het natuurlijk extra business, aldus diens oprichter, maar heel logisch is het niet. Wel houden deze decentrale en autonome IT-keuzes een zekere vorm van biodiversiteit in het IT-‘dierenrijk’ in stand. Als elke organisatie namelijk voor dezelfde oplossing kiest, is dat op korte termijn efficiënt maar slecht voor verdere innovatie.

De praktijk is voor AI-infrastructuren tevens complexer dan de geraffineerde diagrammen op IT-events weergeven. Bij zo’n evenement zie je regelmatig een netjes georganiseerde opbouw van interagerende componenten. Organisaties zijn echter al volop bezig met AI-integraties, waar mogelijk, in hun bestaande IT-infrastructuur die niet direct in een AI-ideaalbeeld past. Ze wachten niet tot een vendor een volledige AI-stack levert. Sterker nog, de ambities reiken dermate ver dat de gehele IT-infrastructuur mogelijk op basis van AI-systemen kan draaien.

De belofte, zo vertelt Perez van der Oord, is op dat gebied groot. Hij kan zich goed voorstellen dat IT-beslissers dromen van een wereld waarin AI-agents de taken overnemen die VMware, Nutanix, Red Hat of SUSE momenteel verzorgen. Meer dan een IT-omgeving voor het draaien van AI denken klanten al in termen van een IT-omgeving dat op basis van AI draait. Denk daarbij aan het automatisch voorkomen van downtime door workloads om te zetten naar een nieuwe omgeving, iets dat traditionele High Availability (HA)-licenties overbodig kan maken.

Een man in een lichtgrijs overhemd en spijkerbroek zit op een kruk op het podium, met een robot, elektronische apparatuur en ITQ AI-tools op de vloer, terwijl een groot scherm met een deel van zijn afbeelding op de achtergrond verschijnt.

Containers en VM’s

De dagelijkse realiteit is nog wel gebonden aan die IT-vendoren. Verder dan dromen over het vervangen van volledige applicaties is de IT-wereld niet, of het nu om SaaS gaat of infrastructuuroplossingen. Op dat infrastructurele niveau ziet Perez van der Oord een contrast tussen traditionele virtualisatie en containers. Organisaties gebruiken voortdurend een mengelmoes van VM’s en Kubernetes, met het verlangen om beide op samenhangende wijze te besturen. VMware is en blijft een vaste kracht binnen IT-infrastructuren, ondanks de gestegen prijzen en de perceptie van sommigen dat het een legacyplatform is. ITQ kent daarentegen menig klant die ook gewoon containers draait binnen VMware, bijvoorbeeld via SUSE Rancher Prime.

Anno 2026 is ook SUSE een laatbloeiende voorstander gebleken van VMware-exits, met de eigen virtualisatieoplossing Harvester als direct alternatief. Op het podium van SUSECON kwam Coriolis voorbij, een migratietool dat onder meer VM’s vanuit VMware over kan zetten naar Harvester (ook wel SUSE Virtualization, als het enkel gaat over de enterprise-ready versie van Harvester). Perez van der Oord benadrukt dat dit weliswaar prima kan werken voor sommige klanten, maar niet “de wereld” is.

Sommige VMware-gebruikers werken enkel met vSphere en zijn veelal degenen die de prijsverhogingen en bundeling van VMware-diensten in VMware Cloud Foundation moeilijk kunnen behappen. Voor hen is een snelle virtualisatie-naar-virtualisatie-migratie mogelijk. Maar wie al volledig de private cloud-gedachte van VMware by Broadcom volgt, kan niet zomaar overstappen. Allerlei cruciale instellingen, zoals het regelen van microsegmentatie, HA en disaster recovery op VM-niveau, overleven de ogenschijnlijk eenvoudige migratie niet zomaar. Daarnaast is Harvester/SUSE Virtualization lang niet zo volwassen als VCF, in schril contrast met de cloud-native oplossing SUSE Rancher Prime. Heel gek is dat niet: SUSE-CEO DP van Leeuwen benadrukte dit jaar in gesprek met ons dat de focus de afgelopen jaar eerst lag op het leveren van ondersteuning voor allerlei enterprise Linux-distributies en Rancher, niet zozeer Harvester.

Keuzes alom, behalve legacy

Een belangrijke overweging voor keuzes omtrent IT-infrastructuur is soevereiniteit. Perez van der Oord ziet dat elke klant weer een eigen definitie van soeverein hanteert, waardoor vendoren er dus niet zomaar op in kunnen spelen en leveranciers als ITQ geen standaardaanpak kunnen toepassen. Daar waar een startup bijvoorbeeld enkel datasoevereiniteit nodig heeft om IP te beschermen, is het voor een gemeente belangrijk dat de gebruikte software van Europese komaf is of op korte termijn vervangbaar blijft door een soeverein alternatief. Ondanks dat AI steeds meer helpt om ontwerpen te maken op basis van eerdere successen bij klanten, moet ITQ voor vrijwel elke klant toch een specifiek, uniek design verzinnen.

Daar komt bij dat het moderniseren van infrastructuur vol kopzorgen zit, of dat nu voor het bevorderen van soevereiniteit is, het benutten van AI of het verlagen van legacy-kosten is. “Je hebt honderd oude applicaties en daarna worden er honderd nieuwe applicaties gebouwd,” met net zoveel afhankelijkheden ten opzichte van de legacy, vertelt Perez van der Oord. “Als je de situatie van vandaag de dag vergelijkt met drie jaar geleden, zijn er meer VM’s op de wereld.”

Wie hoopt op een omwenteling op dat gebied, moet die verwachting wellicht bijstellen. “Er zit geen business case achter het moderniseren van een applicatie.” Dat komt doordat organisaties nu eenmaal nog steeds draaien op decennia oude, zelfgeschreven applicaties. Het idee om volledig over te stappen op “AI-native” technologieën zoals cloud-native, containers, microservices en andere moderne methodes om applicaties te leveren, is dus eigenlijk niet haalbaar in de verwoording van Perez van der Oord. Die realisatie is verre van nieuw. “De afgelopen tien jaar hoorde ik niets anders dan dat applicaties gemoderniseerd moeten worden. Blijkbaar is het wel heel complex.”

Optelsom van open-source en proprietary

De conclusie is dus dat moderne IT-omgevingen complex blijven. AI-stacks moeten daarmee interageren of idealiter integreren. Die realisatie lijkt inmiddels te zijn neergestreken bij softwareleveranciers. In veel gevallen trachten ze een gehele IT-omgeving toe te eigenen, veelal via partners, maar dit botst met de werkelijke keuzes die organisaties binnen hun infrastructuur maken. VM’s leven naast containers (of containers leven in VM’s), AI-tooling dient te functioneren naast legacy code en soevereine idealen ontmoeten diezelfde gelaagde IT-wereld.

Waar een partij als SUSE zich kan onderscheiden, is de volwassen aanpak van open-source, denkt de ITQ-oprichter. Voor Perez van der Oord is de open-source wereld nog een relatief nieuwe; zijn bedrijf is sinds 2024 SUSE-partner en heeft naar eigen zeggen veel geleerd in die korte periode. Hoewel de voordelen van een propriëtaire oplossing als VMware volgens hem onmiskenbaar zijn, erkent hij dat open-source een belangrijke rol speelt. Zo biedt het veel innovatie en lage (of geen) licentiekosten.

Daar staat tegenover dat enterprise-support cruciaal is. Open-source projecten zijn lang niet allemaal levensvatbaar op lange termijn en vaste maintainers zijn een zeldzame diersoort. Daarom is een partij als SUSE ook zo belangrijk, stipt de ITQ-president aan, want zo’n partij cureert en behoedt open-source projecten voor die vergetelheid. De enterprise-ready variant van open-source draait op support en validaties. Voor een AI-infrastructuur, waar het wemelt van open-source oplossingen die samen met propriëtaire applicaties en hardware een “full stack” bieden, is er nu eenmaal dat spanningsveld.

Ten slotte zegt Perez van der Oord iets op het SUSECON-podium dat even vanzelfsprekend is als onderbelicht: ook open-source spelers als SUSE hebben geld nodig. Hoewel VMware en Red Hat (net als vele andere partijen) de wind van voren hebben gekregen voor het veranderen van prijsmodellen en het verhogen van de kosten voor menig klant, is het niet zo dat enterprise open-source gratis kan zijn.

Conclusie: de praktijk is veelzijdig en complex

Uit ons gesprek met Perez van der Oord blijkt andermaal dat IT-omgevingen zich zelden houden aan de gestileerde voorstellingen van “full-stack AI”-oplossingen. Dat wil niet zeggen dat die diagrammen onzinnig zijn of onmogelijk. Voor een totale greenfield, een gloednieuwe startup met een hoop investeringsgeld, kan zo’n diagram haalbaar zijn. Maar de realiteit is dat elke klant, elke organisatie, weer andere wensen en eisen heeft, zelfs als ze op papier een identiek profiel kennen als een ander.

Dat betekent dat IT-leveranciers als ITQ bezig blijven met het combineren van tooling, soeverein of niet, open-source en afgesloten, cloud en on-premises. Dat gepokte landschap is belangrijk om in het achterhoofd te houden als vendoren over volledige, kant-en-klare AI-oplossingen beginnen. De les is niet dat die onhaalbaar zijn of onwenselijk, maar dat ze geïntroduceerd worden in een IT-domein vol uiteenlopende wensen en legacy systemen.