Facebook verstrekt adverteerdersstatistieken. Op basis van deze statistiek bepalen adverteerders hoeveel advertenties zijn inkopen. Betrouwbaarheid van de statistieken is dus belangrijk. Het is weer gebleken dat de statistieken van Facebook niet betrouwbaar zijn. Facebook claimt namelijk in diverse landen meer mensen te kunnen bereiken dan er inwoners zijn. Dit blijkt uit onderzoek van het Amerikaanse onderzoeksbedrijf Pivotal Research. Uit dit onderzoek bleek dat Facebook onjuiste statistieken vrijgaf.

Zo leven in Amerika 31 miljoen mensen tussen 18 en 24 jaar. In haar statistiek gaf Facebook echter aan 41 miljoen Amerikanen in die leeftijdsgroep te kunnen bereiken. Voor adverteerders is dit een punt van zorg. Zij vinden de conclusies uit het onderzoek zorgwekkend. Zeker omdat Facebook eerder foute statistieken heeft gebruikt. Zo gaf Facebook een 80% te hoge statistiek over de duur dat mensen naar filmpjes kijken. Er zijn toen verschillende verbetermaatregelen genomen. Die lijken niet te werken.  Adverteerders eisen nu meer maatregelen. Ook pleiten zij voor meer externe controle. De vraag is nu hoe groot de impact van deze constatering is.

Wat is de impact van deze verkeerde adverteerdersstatistieken en wat vindt Facebook er zelf van?

In de leeftijdsgroep 25 tot 24 claimt Facebook 15 miljoen Amerikanen meer te kunnen bereiken dan er volgens officiële cijfers bestaan. Het probleem is dus structureel en internationaal. Onderzoek naar de cijfers in Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Australië en Ierland leidt tot hetzelfde soort resultaten.

Uiteraard verslechtert dit de relatie met adverteerders en hun vertegenwoordigers. Zij pleiten voor externe controle. Ook bedrijven die zendtijd inkopen voor TV-reclame uiten twijfels. Facebook wil namelijk eigen programma’s aanbieden. De statistieken leiden tot onzekerheid. Het inkopen van reclamezendtijd bij bestaande partijen is dan aantrekkelijker.

Facebook reageert laconiek en zelfs wat geërgerd op de kritiek. Zij geven aan dat zij deze statistieken bieden als een service. Het potentieel bereik is volgens hen theoretisch. Daarbij geven zij aan dat de service gratis is. Doordat er niet betaald hoeft te worden vindt Facebook het onrealistisch om eisen te stellen aan de kwaliteit. Google en Facebook verzorgen samen de helft van alle internetreclame. 20% van het wereldwijde marketingbudget wordt tussen deze twee partijen verdeeld. Facebook zal dus niet direct de gevolgen merken. Anderzijds gaat er zoveel geld in deze branche om dat de roep om statistieken zal groeien. Facebook zal gehoor moeten geven aan die oproep. Dit kan alleen door óf de statistieken te verbeteren óf externe controle mogelijk te maken. Wij blijven de ontwikkelingen volgen.