Menig techbedrijf likt zijn wonden na een enorme inzinking op de beurs. De forse daling van beurswaardes komt voort uit twijfels over de AI-uitbouw op de langere termijn én nieuwe onzekerheid over het politieke draagvlak voor datacenters in de VS. Wie verloor het meest en waarom? En wie ontspringt de dans onder beleggers?
Wie naar de grootste verliezers in absolute bedragen kijkt, ziet Nvidia met afstand bovenaan staan. Daarachter volgen TSMC, Tesla, SpaceX en Broadcom, die elk zo’n 160 miljard dollar of meer aan beurswaarde verloren. Opvallend genoeg viel de schade bij Apple, Alphabet en Amazon relatief mee: zij leverden minder dan 3 procent in. Procentueel kwam de hardste klap onder de grote namen bij SanDisk terecht (-22,2 procent). Ook Micron (-17,5 procent), SK hynix (-9 procent) en Samsung (twee handelsdagen op rij ruim 6 procent) moesten flink wat winst inleveren. De grootste winnaars van het huidige geheugentekort zijn deze week dus even de grootste verliezers.
Verliezen sijpelen door
Die verliezen staan allesbehalve op zichzelf: de techzware Nasdaq raakte op één dag zo’n 2,5 biljoen dollar aan beurswaarde kwijt. Natuurlijk verdwijnen er geen fysieke dollars uit de portemonnees van beleggers, maar voor riskantere gokken op voortdurende waardegroei is de impact funest. AMD (-17,3 procent), TSMC (-10,8 procent), Broadcom (-10,4 procent), ASML (-9,3 procent) en Cisco (-7,5 procent) laten zien dat allerlei schakels in de toeleveringsketen van de AI-uitbouw de pijn van de beursval voelen.
Om terug te komen op Nvidia: het verlies van 9,3 procent komt neer op 448 miljard dollar aan beurswaarde. Daarmee is de volledige koerswinst van 2026 in één klap verdampt; het aandeel staat zelfs lager dan op de laatste handelsdag van 2025. Dat gebeurde op een dag waarop de Nasdaq zijn slechtste dag sinds april 2025 beleefde.
SpaceX (-9,1 procent) en Tesla (-11 procent) lijken te lijden onder een speciaal ‘Musk-effect’. Musk stak honderden miljoenen dollars in een vergeefse poging meer Republikeinen verkozen te krijgen, en beleggers vrezen dat zijn bedrijven onder een Democratisch Congres scherper onder de loep komen te liggen. Daarnaast zijn beide bedrijven gevestigd in Texas, waar de Democratische gouverneur-elect Gina Hinojosa een moratorium op nieuwe datacenters wil. Met haar als gouverneur en Democratische meerderheden in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat wordt het voor Musk lastiger om zijn AI-ambities in hetzelfde tempo door te zetten. Overigens is het verzet tegen datacenters niet alleen een Democratische aangelegenheid: de zittende Republikeinse gouverneur Greg Abbott liet in september al de vergunningverlening voor nieuwe datacenters stilleggen in afwachting van een audit.
Dat wil niet zeggen dat de AI-uitbouw daarvoor op het volste vertrouwen van de markt kon rekenen. De grote techbedrijven hebben honderden miljarden gestoken in datacenters die grotendeels nog gebouwd moeten worden of nog niet over genoeg stroom beschikken, met daarbovenop mega-investeringen in hardware die nog niet te benutten is. Bovendien lijkt niemand precies te weten hoe je een Nvidia-GPU of -Superchip moet afschrijven: ze verbruiken immens veel energie en zijn over twee à vier jaar mogelijk niet meer rendabel als de energiekrapte aanhoudt.
Niet overal paniek
Op cruciale vlakken valt het negatieve sentiment ook mee. Denk aan de hyperscalers zelf, nota bene de grootste aanjagers van de fysieke AI-uitbouw. Microsoft, Alphabet en Amazon stegen woensdag nog 3 tot 7 procent, waardoor ze sinds de verkiezingsuitslag per saldo zelfs licht in de plus staan, ondanks de daling van donderdag. Zonder de tech-verliezen eromheen zou je niet eens van opvallende beursbewegingen spreken. De redenering van beleggers: een tragere uitbouw remt de enorme investeringen van deze partijen af, terwijl zij al over een flink netwerk aan datacenters beschikken. Ook Cloudflare ontsprong de dans. Na een daling van ruim 8 procent tijdens de reguliere handel schoot het aandeel nabeurs bijna 15 procent omhoog dankzij sterke kwartaalcijfers.
Lessen uit de SaaSpocalypse
Eerder dit jaar zagen we ook al een stevige correctie, maar dan aan een heel andere kant van de IT-wereld. Denk terug aan de ‘SaaSpocalypse’ in de eerste helft van 2026. Destijds leken de softwaregrootmachten afgestraft en gecorrigeerd te worden naar een significant lagere waarde, omdat AI de functionaliteit van complete enterprise-applicaties zou kunnen overnemen. Dat was althans het sentiment dat uit de dieprode koersen sprak.
De les lijkt te zijn dat een correctie van apocalyptische proporties slechts gedeeltelijk standhoudt. Ook laat het zien dat niemand weet wie de schade nog lang met zich meedraagt en wie niet. ServiceNow staat nog altijd 33 procent lager dan aan het begin van 2026, en Intuit (-46 procent) en HubSpot (-49 procent) deden het over diezelfde periode nog slechter. Atlassian (+13 procent), Workday (-7 procent) en Salesforce (-16 procent) hebben hun verliezen daarentegen geheel of voor een groot deel goedgemaakt. Het is maar net waar je meet: Salesforce staat 52 procent hoger dan op zijn dieptepunt van 22 juni, Workday 81 procent hoger dan op 9 april en Atlassian zelfs een duizelingwekkende 227 procent hoger dan op 10 april. Wel kreeg Atlassian donderdagavond na eigen kwartaalcijfers nabeurs opnieuw een tik van zo’n 16 procent.
Conclusie: afwachten
Zelfs de meest gevierde beursanalisten kunnen geen betrouwbare voorspelling doen van toekomstige beurswaardes. Het is een hels karwei om de waarde van de AI-opmars in te schatten, laat staan om te voorspellen wie de grote winnaars worden. AI-labs laten snel groeiende omzetten zien, maar investeren nog veel meer in rekenkracht, in de hoop op een groei die zijn weerga niet kent. De infrastructuur eromheen leunt op de gedachte dát er met de hardware, netwerken en applicaties van deze technologie genoeg waarde gegenereerd zal worden.
Hoe veelbelovend dat ook klinkt, met de Amerikaanse verkiezingen klopte de echte wereld andermaal aan. Waar plaats je je datacenters? Hoe kom je aan de energie? Hoeveel mag je van omwonenden vragen qua overlast en energieprijzen, en moet je die vraag überhaupt stellen? De antwoorden volgen in politieke debatten, maatschappelijke discussies en uiteindelijk in regelgeving die onvermijdelijk lijkt. Die rem kan ook de ongekende waardestijgingen een halt toeroepen, met mogelijk ernstige gevolgen voor het sentiment rond de bredere wereldeconomie. Daardoor zijn de keuzes rond de AI-uitbouw nu onzekerder dan ooit, met een logische correctie tot gevolg.
Lees ook: Is de AI-revolutie gebouwd op financieel drijfzand?