Abonneer je gratis op Techzine!

Sommige mensen menen dat de Berlijnse Muur gevallen is door de opmars van de informatiesamenleving. Gezien de mogelijkheden voor communicatie over de grenzen heen, werd het voor de voormalige Sovjetunie steeds moeilijker om informatie te controleren die hun land binnenkwam. Het eenzijdige propaganda-apparaat van de staat is moeilijk te verenigen met tweezijdige communicatie met een internationaal netwerk.

De toegang tot informatie werd voor iedereen op de wereld gemakkelijker. Men hoefde niet langer de gecensureerde krant te geloven. Nu kon men via andere media informatie tot zich nemen. Zo waren mensen in Oost-Europa al snel op de hoogte van de openstelling van de grens tussen Oostenrijk en Hongarije in de lente van 1989 en van de radicale veranderingen van de Sovjet-Unie onder leiding van Gorbatzjov.
Het feit dat de communistische regimes gevallen zijn, komt doordat mensen sneller de veranderingen opmerken door de komst van de informatiemaatschappij. Via internet, televisie en telefoon is men overal snel van op de hoogte.

Sinds de komst van het "netwerken" en internet is er dus een hoop gebeurd. Nu kan men e-mailen, chatten en internetten, dit heeft natuurlijk een hoop positieve gevolgen gehad voor de maatschappij.
Het onderling communiceren gaat nu veel sneller, een e-mail reist met lichtsnelheid over het internet terwijl een brief pas over enkele dagen zijn doel bereikt.

Het internet is ontstaan in de late jaren 50 naar aanleiding van de Koude Oorlog. De Verenigde Staten waren erg bang voor een (nucleaire) aanval uit de Sovjetunie en dat de gehele informatievoorziening van de Verenigde Staten weggevaagd zou worden. Daarom zochten ze naar een systeem om dit te voorkomen. Tot die tijd was alle informatie op een centrale computer opgeslagen, mocht deze computer wegvallen of vernietigd worden, dan zou alle informatie weg zijn. Daarom werd er een project gestart met de naam ARPANET.

Er werden enorme netwerken aangelegd tussen alle computers. Dit houdt in dat een computer wel afzonderlijk kan werken van de centrale computer, en mocht deze wegvallen dan zou de informatie bewaard blijven. Nu was dus niet alles afhankelijk van de hoofdcomputer.
Ook werden er netwerken tussen universiteiten en elektronicabedrijven gebouwd en die netwerken breidden zich snel uit. Wetenschappers wilden elkaar op de hoogte houden van de laatste ontwikkelingen en via het netwerk informatie raadplegen.

Gevolg zou wel zijn dat het informatienetwerk voor iedereen toegankelijk worden. Dit wilden de Verenigde Staten natuurlijk niet. Daarom werd op den duur het ARPANET gesplitst in een militair deel, dat de naam ARPANET behield en een deel voor de consumenten dat de naam internet kreeg. Toch duurde het nog tot de jaren zeventig voordat het netwerk optimaal was.
Rond 1991 werd het internet gecommercialiseerd voor de consument. Een paar jaar later werd het World Wide Web gestart. Het internet was niet voor iedereen te realiseren, toen was het niet vanzelfsprekend dat iedereen een computer had en het geld ervoor. Nu heeft bijna iedereen een computer met internet en het aantal mensen dat de beschikking heeft over een internetaansluiting neemt sterk toe. Ook het aantal internetsites is enorm gestegen, in 2003 waren het er ongeveer 100.000.000.

Aantal internetters wereldwijd van 1998 tot 2003
Het aantal internetters neemt explosief toe. In Europa wordt de snelle groei onder meer veroorzaakt door de komst van mobiele telefoons waarmee je kunt internetten en e-mailen.

[/tr]

Jaar internetters (x miljoenen)
1998 95,43
1999 130,36
2000 191,89
2001 250,39
2002 304,26
2003 361,87

Bron www.thinkquest.nl

Mensen zijn altijd al bezig geweest om over afstanden met elkaar te communiceren. Boodschappers, postdiensten, koeriers en postduiven waren daarbij de eerste hulpmiddelen. De telegraaf werd uitgevonden in 1837 en verbeterd door Samuel Morse die met elektromagnetische pulsen werkte en met zijn systeem het Morse alfabet ontwikkelde. Zo´n 40 jaar later, in 1877, werd de telefoon uitgevonden door Alexander Graham Bell. Deze ontwikkelingen hebben allemaal effect gehad op ons dagelijks leven.

Het Internet
Kenmerkend voor het internet is de open omgeving, iedereen die eenmaal een verbinding heeft, kan alle andere computers in het net bereiken. In de loop van de jaren zijn verschillende programma’s ontwikkeld waarmee een gebruiker zich een weg over het net kan banen. Tot een tiental jaar geleden werd internet voornamelijk door de academische wereld en onderzoeksorganisaties gebruikt.
Dat kwam niet in de laatste plaats doordat het gebruik de nodige kennis vergde. De verschillende programma’s hadden hun eigen opdrachtenstructuur en om verbinding te maken met een specifieke computer in het net te krijgen, moeten soms ingewikkelde adressen worden onthouden en ingetikt.

Naarmate er meer informatie beschikbaar kwam, werden er ook gebruiksvriendelijkere manieren ontwikkeld om deze informatie toegankelijk te maken. Zo kwamen er menugestuurde programma’s die op basis van een verzoek om bepaalde informatie het internet afzochten en daarmee de gebruiker veel werk uit handen konden nemen. Dit vergrootte het gebruikersgemak en maakte internet, met de vele nieuwsgroepen, de mogelijkheid voor e-mail en de toegang tot een enorme hoeveelheid informatie, ook aantrekkelijk voor mensen buiten de academische wereld.

Aan het eind van de jaren tachtig werden dan ook de eerste organisaties opgericht die via een modem toegang tot Internet boden. In Nederland was XS4ALL (uit te spreken als ‘access for all’) een pionier op dit gebied. Aanvankelijk bleef de belangstelling beperkt tot hobbyisten en hackers, maar de komst van het ‘World Wide Web’ (www) betekende een doorbraak naar een miljoenenpubliek.

WWW
Bij het www worden gegevens zo geordend dat een gebruiker de informatie met een speciaal programma, een zogeheten ‘webbrowser’, snel en overzichtelijk op zijn scherm kan krijgen. Hij hoeft hiervoor niets anders te doen dan verbinding te zoeken met een zogenaamde ‘web server’ en zijn web browser te starten.

Aangezien een www-browser geheel grafisch is georiënteerd, kunnen niet alleen teksten in allerlei lettertypen, maar ook plaatjes en afbeeldingen worden getoond. De grote kracht van www is dat het zogenaamde hyperlinks ondersteunt, die zijn aangegeven middels tekst in een afwijkende kleur of een knop op het scherm. Klikt een gebruiker hierop, dan kan hij snel van de ene informatiebron naar de andere springen, zonder dat hij hoeft te weten waar die informatiebron zich werkelijk bevindt. Daardoor is het is het mogelijk om met een druk op de knop, van informatie op een computer in de Verenigde Staten naar informatie op een computer in Australië te springen. WWW en de verschillende webbrowsers hebben toegang tot internet voor een grote groep mensen mogelijk gemaakt.

Een gebruiker van het www hoeft geen ingewikkelde adressen van verschillende computers te onthouden en kan met de een klik over het net surfen. Het effect hiervan was dan ook merkbaar, niet alleen groeide het aantal gebruikers exponentieel (in 1995 met twaalf procent per maand), maar ook het aantal aanbieders van toegang tot internet steeg. De zogenaamde ‘access providers’ bieden thuisgebruikers voor een relatief klein bedrag een abonnement aan. In 1994 waren er in Nederland vijf van deze providers, in 1996 waren het er meer dan honderd. De grootste daarvan was en is Planet Internet.

Door te zorgen voor een landelijk net van inbelpunten waar iedereen tegen een lokaal telefoontarief kan bellen slaagde Planet Internet erin binnen een half jaar 20.000 abonnees te werven. Op grond van een eigen enquête concludeerde Planet in januari 1996 dat 700.000 Nederlanders internet wel eens bezochten, waarvan 250.000 minimaal eenmaal per week en 80.000 dagelijks. Overigens vond slechts eenderde van de privébezoeken plaats vanuit huis, tweederde gebeurde vanaf de werkplek. In de VS hebben veel thuisgebruikers toegang tot internet via een van de ‘online-diensten’. Volgens onderzoeken hadden daar eind 1995 in totaal al ruim 11 miljoen mensen een aansluiting op het internet. Ten opzichte van eind 1994 was dat een groei van 79 procent.

Conclusie
Het World Wide Web heeft voor een explosieve groei van het internet gezorgd. De groei kwam niet alleen van de kant van de gebruikers die informatie zochtenn. Na de opkomst van het www lijken ook tal van niet-academische organisaties brood in aanwezigheid op internet te zien. Naast de overheid- en non-profit instellingen, die hun informatie in een zodanig breed mogelijke kring willen verspreiden, zijn dit vooral commerciële organisaties.

Tegenwoordig heeft elk commercieel bedrijf een eigen plek op het www, waar het informatie over de eigen producten of diensten geeft. Niet alleen commerciële bedrijven hebben tegenwoordig hun eigen websites, sinds 1995 is er sprake van een ware internethype. Banken, verzekeringsmaatschappijen, omroepen, uitgevers, stichtingen etc. maken allemaal hun eigen webpagina’s. Daarnaast meldden zich ook postorderbedrijven en boekenCd-winkels, waar men direct via internet een bestelling kan doen, het bedrijven van deze handelingen heet E-Commerce.