De Nederlandse telecommarkt concurreert heel goed met elkaar. Dat blijkt althans uit onderzoek van de Europese Telecomwaakhond ECTA. Deze stelt dat alleen de Britse telefoonmarkt beter concurreert.

Deze resultaten komen voort uit een jaarlijks terugkomend onderzoek van de telecomautoriteit. Elk jaar voert ECTA namelijk een soortgelijk onderzoek uit. Hieruit blijkt hoe het gesteld is met de regulering van het telecom-concurrentie-beleid. Concurrentie op een markt zorgt namelijk voor een betere keuze voor de consument en lagere kosten.

Staatssecretaris Frank Heemskerk, actief op Economische Zaken, is blij met de uitslag "Uit het onderzoek blijkt dat Nederland op het gebied van vaste telefonie en breedband internet dankzij goed georganiseerd markttoezicht tot de meest concurrerende markten in Europa behoort", zegt hij. "Daarvan profiteert de consument via meer keuzemogelijkheden en lagere prijzen."

ECTA stelt vast dat Nederland het beste land is voor een telecom-aanbieder om te beginnen. In Nederland is het namelijk het gemakkelijkst om op te starten, zo is het relatief eenvoudig hier een netwerk op te zetten en dergelijk. Deze regelgeving en dergelijke wordt opgesteld door het ministerie van Economische Zaken.

OPTA controleert de regelgeving weer op haar beurt, op die manier moet de concurrentie optimaal blijven. OPTA gaf pasgeleden al aan KPN in de gaten te houden, de concurrentie op het gebied van zakelijk internet en telefonie zou nog onder de maat presteren.