Google geeft Rust in Linux-kernel flinke boost

Abonneer je gratis op Techzine!

Google en het Let’s Encrypt-certificeringsprogramma van de Internet Security Research Group (ISRG) zijn grote drijvers geworden achter Rust binnen de Linux-kernel. Het idee erachter is dat er daarmee in een keer een heleboel beveiligingsbugs op kunnen worden weggevaagd. Er zitten er veel op plekken die essentieel zijn voor de infrastructuur van het internet. Zowel smartphones als servers draaien erop.

De belangrijke drivers binnen Linux zijn geschreven in C. D programmeertaal zou niet erg veilig zijn voor het geheugen. Zeker niet vergeleken bij Rust. Maar liefst 70 procent van alle bugs die worden gerepareerd, zijn gerelateerd aan geheugen. Daar kan daar dus in één keer een hele grote slag in worden gemaakt, schrijft ZDNet.

De vraag is alleen of het wijs is om alleen bepaalde delen te herschrijven in Rust of dat toch de hele Linux-kernel moet herschreven worden. Dat is nogal een klus, want op dit moment bestaat dat uit 30 miljoen regels aan code. Misschien kan Miguel Ojeda er iets over zeggen. Hij is ook de persoon die in april liet weten het project te ondersteunen om Rust naar Linux te brengen. Ojeda heeft geheugenproblemen hoog in het vaandel staan en wil deze het hoofd bieden. De groep die werkt aan het Rust-Linux-project heeft hem zelfs gerekruteerd om volledig met dit project bezig te zijn.

Programmeertalen

“Google ontdekt keer op keer dat grote inspanningen om hele klassen van beveiligingsproblemen te elimineren de beste investeringen op schaal zijn”, zegt Dan Lorenc, een software-engineer bij Google. “We begrijpen dat werken in iets dat zo algemeen gebruikt en cruciaal is als de Linux-kernel tijd kost, maar we zijn verheugd dat we de ISRG kunnen helpen om Miguel Ojeda’s werk te ondersteunen dat is gericht op het verbeteren van de geheugenveiligheid van de kernel voor iedereen.”

Ojeda: “Het toevoegen van een tweede taal aan de Linux-kernel is een beslissing die zorgvuldig moet worden afgewogen. Rust brengt genoeg verbeteringen ten opzichte van C met zich mee om een ​​dergelijke overweging te verdienen.”