Microsoft Windows Server kan nu automatisch versies van .NET Framework en .NET Core updaten via Microsoft Update (MU). Dit moet het voor beheerders makkelijker maken .NET-versies op hun serversystemen te vernieuwen.

Met de automatische updates breidt de techgigant de mogelijkheden voor het updaten van .NET-versies op Windows Server-systemen verder uit. Sinds eind vorig jaar was het voor beheerders van deze systemen al mogelijk de versies van een update te voorzien, maar nog niet geautomatiseerd. Hiervoor moeten beheerders tot nu toe een specifiek deployment tool gebruiken.

Opt-in voor geautomatiseerde updates

Het automatisch updaten van .NET Framework en .NET Core voor Windows Server gaat geheel vrijwillig via een opt-in. Wanneer deze opt-in wordt geactiveerd, wordt geheel automatisch .NET Core 3.1., .NET 5.0 en .NET 6.0 aan het Automatic Updates-kanaal in Microsoft Update toegevoegd. Dit boven op de bestaande kanalen Windows Server Update en Microsoft Update Catalog.

Opt-in voor de automatische .NET-updates is mogelijk door bepaalde registry keys in te stellen. Dit kan handmatig of met behulp van Group Policy.

Wens van klanten

Microsoft introduceert nu geautomatiseerde updates vanwege wensen van klanten. De meerderheid van de Windows Server-klanten gebruiken hun servers in een beheerde omgeving en het uitrollen van software en updates gebeurt al via tools als Microsoft Intune, Microsoft Endpoint Manager (MEP), System Center Config Manager (SCCM) of Windows Server Update Services (WSUS). Zij hebben liever dat hun servers niet buiten deze beheerde omgeving worden gepatcht, omdat zij op die manier controle hebben over het plannen van downtime voor onderhoud en reboots.

Windows Autopatch-dienst

Later dit jaar is Microsoft ook van plan een nieuwe Windows Autopatch-dient uit te rollen. Deze dienst moet geheel geautomatiseerd Windows- en Office-updates bijwerken voor klanten met Windows 10/11 Enterprise E3-licenties en hoger.

Tip: Einde ondersteuning voor .NET 4 Frameworks nadert