min

Tags in dit artikel

,

ICT-dienstverlener Stepco zal waarschijnlijk niet meedoen met het Joint Strike Fighter-project. Volgens de CEO van Stepco is de kans nihil dat Stepco alsnog de order mag uitvoeren.

Stepco wil de order binnenhalen om een virtuele omgeving te ontwikkelen waarmee piloten kunnen oefenen. Toestellen kunnen hierdoor op de grond blijven wat minder kosten met zich meebrengt. Stepco ontwikkelde eerder al een virtuele omgeving om F16-piloten te trainen. Defensie gebruikt deze nog steeds voor de training van piloten.

De reden dat Stepco de order waarschijnlijk zal missen is het feit dat het een percentage van hun verdiensten moeten afdragen aan het ministerie. Dit percentage was eerst nog 3,4 procent, maar het ministerie heeft dit verhoogt naar 10,3 procent. Samen met de lage dollarkoers is het zeer waarschijnlijk dat een Amerikaans bedrijf de order binnen sleept.

"Er doen ook Amerikaanse bedrijven mee. Onder meer door de lage koers van de dollar hadden wij al een achterstand op hen. Nu het ministerie het afdrachtspercentage verhoogd heeft zullen wij onze offerte naar boven moeten bijstellen. Dat geld moeten we tenslotte ergens vandaan halen." aldus CEO Ton Bongers. Het ministerie van Economische Zaken heeft als reactie gegeven: "In 2002 hebben we het afdrachtspercentage vastgesteld op 3,4 procent. Toen is afgesproken dat het percentage deze zomer opnieuw berekend zou worden. Onder meer door de lagere dollarkoers is de herberekening op 10,3 procent uitgekomen."

Samen met Stepco hebben nog 84 andere bedrijven dit probleem. Ze hebben tot vijftien september om tot een compromis te komen daarna wordt een arbitragecommissie ingeschakeld.