Red Hat speelt in op HCI met overname Permabit-technologie

Abonneer je gratis op Techzine!

In datacenters is er momenteel een afkorting waar veel om te doen is, namelijk HCI. Dit staat voor Hyper-Converged Infrastructure en houdt kort door de bocht gesteld in dat alles wat je nodig hebt om data op te slaan en te verwerken, in een doosje wordt gestopt. Compute en storage zijn dus samengevoegd. Voorheen werden deze los van elkaar gehouden. Open source leverancier Red Hat wil hierop inspelen door slimmer met data om te gaan. Hiervoor heeft het technologie van Permabit gekocht.  

Een van de redenen om voor HCI in te gaan in plaats van een ‘ouderwetse’ inrichting van een datacenter, is dat HCI ruimte spaart. Ruimtebesparing betekent uiteraard ook dat je meer op hetzelfde oppervlakte kwijt kunt. Een nadeel is echter wel dat je wat voorzichtiger om moet springen met je resources, in dit geval je storage. Die moet in de HCI-omgeving passen, wat de nodige gevolgen heeft voor de schaalbaarheid.

Deduplicatie en compressie

Zoals wel vaker het geval is, kun je ook in het geval van HCI de hardware een stuk efficiënter maken door de juiste software ermee te combineren. Vandaar ook dat Red Hat bij Permabit terechtgekomen is om een deel van diens portfolio over te nemen. Het gaat dan met name om software voor data-deduplicatie en compressie.

Data-deduplicatie houdt in dat er nooit twee instances van hetzelfde bestand opgeslagen worden. Wordt er bijvoorbeeld iedere avond een volledige back-up gemaakt van de systemen van een bedrijf, dan komen er onherroepelijk ook duplicaten op de servers te staan. Dat is zonder van de opslagcapaciteit natuurlijk. Compressie zorgt ervoor dat bestanden zo weinig mogelijk ruimte in beslag nemen.

Red Het neemt de technologie van Permabit op in Red Hat Enterprise Linux. Daar blijft het voordeel van de nieuwe technologieën volgens Red Het niet bij. Ook het Red Hat OpenStack Platform, OpenShift Container Platform en Storage zullen ervan profiteren. Verder wil Red Hat de technologie open source maken. Dat was uiteraard te verwachten van het bedrijf, dat nagenoeg alles open source maakt.