Microsoft heeft een onderzoeksproject lopen waarbij wordt geëxperimenteerd met het plaatsen van datacenters onder water. Op die manier hoopt het bedrijf te besparen op de energiekosten van airco’s om het datacenter te koelen en tegelijk probeert het stroom op te wekken uit het zeewater om het datacenter zelfvoorzienend te maken.

Het project draagt de naam "Project Natick" en heeft een eerste geslaagde test achter de rug. Daarbij heeft Microsoft een soort container voor drie maanden onder water geplaatst. De container lag op een diepte van zo’n 10 meter en is daardoor nog makkelijk te bereiken.

Het idee is dat Microsoft in de toekomst datacenters kan leveren die in de zee kunnen worden afgezonken en 20 jaar meegaan. Wel moeten de datacenters eens in de vijf jaar omhoog worden gehaald om alle hardware te vervangen, om ze vervolgens weer af te zinken. Het even snel vervangen van een kapotte server is er niet bij als het datacenter in zee ligt en daarom wordt alle hardware na vijf jaar vervangen. Daarna beginnen over het algemeen de hardwareproblemen en die is Microsoft dan voor.

Verder moet het datacenter zijn energie uit de zee gaan halen, omdat het toegang heeft tot verschillende duurzame energiebronnen. Volgens Microsoft is de impact op de natuur minimaal en wennen de zeedieren snel aan de aanwezigheid van de capsules.

Het bespaart ook de nodige kosten omdat de containers dichterbij bewoond gebied liggen. Vaak worden datacenters buiten de stad gebouwd omdat ze veel ruimte en energie nodig hebben. De meeste mensen wonen wereldwijd binnen 200kilometer van de zee.